Unwilling addict: Harry Frankfurt en telefoonverslaving

Tekst door Phoebe Meekel, beeld door Bert Slenders

Tijdslimieten negeren, de telefoonkluis zelden tot nooit gebruiken en verwijderde apps weer downloaden. De manieren en middelen om van mijn telefoonverslaving af te komen werken ongeveer twee weken, waarna ik onmiddellijk in het oude scrollpatroon verval. Ik ben, zoals Harry Frankfurt zegt, een unwilling addict.

De gemiddelde filosofiestudent kent de Amerikaanse filosoof Harry Frankfurt waarschijnlijk door zijn befaamde Harry Frankfurt-cases. Dit zijn gedachte-experimenten die laten zien dat het principe van alternatieve mogelijkheden – oftewel dat je de mogelijkheid had om een andere handeling te doen dan de handeling die je hebt gedaan – niet een vereiste is voor morele verantwoordelijkheid. In zijn artikel ‘Freedom of the Will and the Concept of a Person’ behandelt Frankfurt een onderwerp dat nauw verbonden is met morele verantwoordelijkheid, namelijk de vrije wil. De breinen van filosofen kraken al eeuwenlang over de vraag wat een vrije wil is en of het überhaupt mogelijk is om er een te hebben. Ook het brein van Frankfurt was druk in de weer met deze vraag en ging stap voor stap te werk om antwoord te krijgen. De Amerikaanse filosoof begon met de vraag: wat is een persoon? Wat een persoon tot een persoon maakt, zo zegt Frankfurt, moet gevonden worden in de structuur van de persoonlijke wil.

Mensen zijn niet uniek als het gaat om het hebben van verlangens en motieven of het maken van keuzes. Ik loer naar het laatste soesje op tafel tijdens een verjaardagsfeest, en de labradoodle loert naar de hand van zijn baasje, waar een snoepje in verstopt zit. We zitten allebei te kwijlen van verlangen. Toch hebben mensen volgens Frankfurt een eigenschap die andere organismen niet hebben: we kunnen een verlangen óver ons verlangen vormen. Je kan bijvoorbeeld tijdens een dieet verlangen (of willen) dat je geen verlangen hebt om chocolade te eten. Het verlangen om chocolade te eten is een first-order desire, en de wil om geen verlangen naar chocolade te hebben is een second-order desire. Je first-order desire wordt je wil, als dit verlangen je daadwerkelijk tot actie zet. Dus als je verlangt naar een stuk chocolade, en dit ervoor zorgt dat je de Merci in je mond laat smelten, wil je de chocolade.

Een second-order desire wordt een second-order volition, wanneer je niet alleen verlangt om een bepaald verlangen te hebben, maar ook verlangt dat dat verlangen bepalend is voor je handelen – dat het je wil wordt. Een niet nader te noemen vriend, die ik nu Pietje noem, wil niet alleen het verlangen om de roman Fantoompijn van Arnon Grunberg te lezen, maar ook dat dit hem er daadwerkelijk toe zet om het boek open te slaan. Hij verlangt ernaar het boek te willen lezen. Fantoompijn is namelijk pas het tweede Grunbergboek dat hij leest, en Pietje heeft als doel om ooit al Grunbergs boeken uit te lezen. Het hebben van een second-order volition is wat een persoon tot een persoon maakt, volgens Frankfurt. 

Wanneer het niet lukt om jouw first-order desire te laten stroken met jouw second-order volition, ervaar je het missen van een vrije wil. Frankfurt haalt in zijn filosofie het voorbeeld van de unwilling addict naar voren. Deze verslaafde wil geen verlangen naar drugs, maar heeft dit verlangen wel en bevredigt dit. Ik, verslaafd aan mijn telefoon, ben zo’n unwilling addict. Ik probeer – net als velen om mij heen – van deze verslaving af te komen door zoveel mogelijk van mijn telefoon weg te blijven. Op deze manier kom ik een stuk minder met de verslavende prikkels in aanraking. Dit helpt voor sommigen, maar je moet het wel lang genoeg volhouden. Helaas is er een aantal mensen – waaronder ikzelf – dat dit niet lukt en zo al snel weer in het oude gebruikspatroon valt, zodra de kans zich voordoet. We zitten immers allemaal verstrengeld in een digitaal fuik. Denk aan de authenticator die je moet raadplegen wanneer je in de leeromgeving van de UvA wil komen, of het rooster van je werk dat je alleen kan bekijken via een app. Je probeert jezelf ervan te weerhouden om de telefoon voor iets anders te gebruiken, maar zo transformeren de apps in dit elektronische doosje tot verboden vruchten. De drang om die WhatsApp-meldingen te openen wordt zo alleen maar groter en voor je het weet zitten je ogen vast aan het beeldscherm. De methoden hebben niet geholpen. Het ongewenste first-order desire blijkt nog effectief te zijn.

Ik loer naar het laatste soesje op tafel tijdens een verjaardagsfeest, en de labradoodle loert naar de hand van zijn baasje, waar een snoepje in verstopt zit.

Ervoor zorgen dat we zo min mogelijk met verslavende prikkels in aanraking komen en het conflict uit de weg gaan, is heel lastig. Frankfurt kan ons, de telefoonverslaafden, wellicht een les leren. Simpel gezegd moet je ervoor zorgen dat je first-order desire samengaat met je second-order volition. Je moet niet alleen verlangen dat je niet naar je telefoon verlangt, maar ook daadwerkelijk geen wil naar je telefoon hebben. 

Maar hoe zorgen we ervoor dat we niet meer naar onze telefoon verlangen? Hoewel vermijding lastig is, wordt verlangen op den duur minder als je langere tijd niet in aanraking met je telefoon komt. Om ervoor te zorgen dat we niet op onze telefoons willen zitten, moet sociale media zo onaantrekkelijk mogelijk gemaakt worden. Het moet niet als een verbod of verstikking voelen om niet op je telefoon te zitten. In plaats daarvan moet de distantie van de telefoon voelen alsof de longblaasjes weer worden gevuld met verse zuurstof. Helaas is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Verschillende apps doen er namelijk alles aan om ze zo verslavend mogelijk te maken, aangezien ze aan jouw oneindige scrollen geld verdienen. En regelgeving die deze verslavende prikkels vermindert lijkt er nog niet te komen. 

Daarom een alternatief: probeer dingen buiten je telefoon aantrekkelijk te maken. Verander je denkwijze. De waarde van andere fysieke dingen – zoals boeken – weer leren zien, en ze via deze waardering aantrekkelijker maken. In plaats van zwoegen en zweten om je schermtijd onder de vier uur te krijgen, kan je bijvoorbeeld nagaan hoeveel je daadwerkelijk nog weet van die vier uur die je gisteren op je telefoon zat. Hoeveel vreugde, liefde, rust of nuttige informatie (die je hebt onthouden) heb je daarvan gekregen? En hoeveel krijg je van een boek, goede film of wandeling door het bos? Houd deze gedachte vast. Tatoeëer hem desnoods op je arm. 
Second-order volitions daadwerkelijk laten stroken met je first-order desires is een lastige taak. Gelukkig ben je waarschijnlijk een persoon (als het aan Frankfurt ligt) die kan reflecteren op zijn verlangens, en dat is een belangrijke eerste stap om verandering in gang te zetten. Iets zo aantrekkelijk te maken dat je de telefoon die naast je ligt vergeet is vele malen makkelijker gezegd dan gedaan – doemscenario: misschien zelfs onmogelijk – maar wellicht is het in ons huidige klimaat waar telefoongebruik onvermijdelijk is, een van de beste manieren om écht van je telefoonverslaving af te komen.

Plaats een reactie