Tekst door Jiske Benedictus, beeld door Ieke Meijer
In Soldaat Wojtek van Bibi Dumon Tak maak je kennis met een soldaat uit de Tweede Wereldoorlog die je voor altijd in je hart zal sluiten. Wojtek – soldaat der eerste klasse van het Tweede Poolse Legerkorps, korporaal en held van de Slag om Monte Cassino – ontmaskerde spionnen, sjouwde met loodzware bommen, rookte als een ketter, en steunde zijn kameraden door dik en dun. En, niet te vergeten: Wojtek was een beer.
Het was de lente van 1942 toen de soldaten van de Poolse 22e Artillerie Bevoorradingscompagnie Wojtek leerden kennen. De soldaten waren onderweg naar Palestina, waar ze zich bij het Tweede Poolse Legerkorps zouden voegen, en in de brandende zon waren ze gestopt voor een korte pauze. Terwijl de soldaten hun benen strekten en wat aten, werden ze plotseling benaderd door een klein, mager jochie. In zijn hand droeg hij een jutezak – een zak die, vreemd genoeg, bewoog. Toen de soldaten erin keken, keken de zwarte kraaloogjes van een berenjong terug.
De soldaten kregen het beertje in ruil voor een Zwitsers zakmes, een reep chocola en een blikje vlees. Ze noemden hem Wojtek, een Poolse koosnaam die ruwweg vertaald “gelukkige soldaat” betekent, en gaven hem gecondenseerde melk in een lege wodkafles. Wojtek was nog maar een paar maanden oud; zijn moeder was doodgeschoten door jagers, en daarna was hij in het bezit van het jongetje gekomen. Door hem over te nemen hadden de soldaten Wojtek gered van een leven als circusbeer.
Onder de hoede van de Poolse soldaten groeide Wojtek op. Samen met de bevoorradingscompagnie reisde hij door Syrië, Palestina, en Egypte, het liefst voorin de truck, waar hij vrolijk om zich heen kon kijken. In de soldatenkampen worstelde hij vaak partijtjes met de soldaten: eerst één tegen één, maar later waren er vier soldaten nodig om tegen één Wojtek op te kunnen. Hij dronk bier en was dol op sigaretten – niet om te roken, maar om op te eten. Daarvoor moesten ze wel eerst worden aangestoken, anders wilde hij ze niet.
Door zijn leven tussen de soldaten leek Wojtek niet door te hebben dat hij een beer was – hij was gewoon één van hen. Hij marcheerde, salueerde en zat met zijn kameraden bij het vuur. Bovendien hadden hij en de soldaten veel met elkaar gemeen – ontheemd, op brute wijze losgerukt van hun familie en thuisland. Voor de Poolse soldaten was Wojtek niet zomaar een mascotte, maar een vriend, een bron van troost, warmte en plezier. ‘s Nachts sliep hij vaak bij de soldaten in de tent, en als hij aanvoelde dat een soldaat steun nodig had, kroop hij tegen hem aan.
Maar niet iedereen was altijd even dol op Wojtek – de beer had namelijk ook behoorlijk wat streken. Tijdens de kerst van 1942 in Irak plunderde hij bijvoorbeeld de voorraadkasten, en hij had er een handje van om in palmbomen te klimmen en er vervolgens niet meer uit te komen. Een ander berucht incident, ook in Irak, vond plaats toen de Polen in een Irakees kamp gestationeerd waren, vlakbij de tenten van de vrouwelijke soldaten. Tijdens zijn ochtendwandelingetje door het kamp kwam Wojtek de waslijnen met vrouwenondergoed tegen, en voordat iemand wist wat er gebeurde rende er een beer door het vrouwenkamp, onderbroeken om zijn hoofd gewikkeld. Wanneer Wojtek zich zo had misdragen ging hij op zijn billen zitten, sloeg zijn poten voor zijn ogen en wiegde zachtjes heen en weer: het toonbeeld van berouw. Om hem te straffen werd hij af en toe aan de ketting gezet, maar dat duurde nooit lang.
Zijn kattenkwaad kon soms ook onverwacht positief uitvallen. Met zijn dikke vacht snakte Wojtek in de zinderende hitte van de woestijn altijd naar water. Hij had al snel ontdekt hoe hij de douches van de soldatenkampen moest bedienen: door simpelweg voortdurend aan het touwtje te trekken kon hij eindeloos heerlijk, koel douchen. Vaak deed hij dat zo lang dat hij de beperkte watervoorraad van het kamp erdoorheen joeg. Uiteindelijk werden daarom de deuren van de douches op slot gedaan.
Maar op een ochtend had Wojtek geluk: iemand was vergeten de deuren dicht te doen. Vrolijk kuierde hij naar binnen, klaar voor een verkoelende douche. Enkele tellen later weerklonk door het kamp een kreet van doodsangst. Wojtek had een man in de douche gevonden – niet zomaar een man, maar een spion. De man was het kamp binnengeglipt en had zich in de douches verstopt om niet ontdekt te worden, maar bij het aanzien van Wojtek brak hij in tranen uit en bekende alles. Als beloning werd Wojtek overladen met vlees en bier, én mocht hij extra lang douchen.
In 1944 kwam zijn tijd in het Midden-Oosten ten einde, toen het Tweede Poolse Legerkorps werd opgeroepen om de geallieerden bij te staan in Italië. Maar toen de soldaten in Alexandrië op de boot wilden stappen, liepen ze tegen een probleem aan. Het meenemen van dieren was niet toegestaan aan boord, dat zou teveel ruimte innemen. Er zat dus maar één ding op: Wojtek moest ingeschreven worden bij het leger. Vanaf dat moment werd hij soldaat Wojtek, soldaat der eerste klasse van het Tweede Poolse Legerkorps.
In Italië zou Wojtek bewijzen hoezeer hij die positie verdiend had. Tijdens de Slag om Monte Cassino, één van de belangrijkste slagen in de bevrijding van Italië, werd de 22e Artillerie Bevoorradingscompagnie ingezet om voorraden te leveren aan de frontlinie. Toen Wojtek zijn kameraden met loodzware dozen vol bommen en granaten zag sjouwen, kwam hij, alsof het vanzelfsprekend was, bij hen staan. Hij stak zijn poten uit, nam een doos met bommen aan, droeg hem naar zijn bestemming, en keerde terug voor de volgende. In Italië zou hij zo regelmatig helpen met de bevoorrading – zonder ook maar een enkele granaat te laten vallen, zoals zijn compagnie later trots zou opscheppen. Dankzij zijn verdiensten tijdens de Slag om Monte Cassino werd Wojtek benoemd tot korporaal, en werd er bovendien een speciale badge gemaakt voor zijn compagnie – eentje met een beer erop, met een bom in zijn armen.
Na de oorlog begon zich echter de vraag op te dringen: wat moest er nu gebeuren met Wojtek? Eind 1946 was de compagnie naar Schotland gevaren – met Wojtek nu officieel op de passagierslijst. Eenmaal daar verspreidden de Poolse soldaten zich door Groot-Brittannië, of keerden terug naar Polen. Maar voor Wojtek was meegaan naar Polen geen optie. Daar was Stalin inmiddels aan de macht, en de soldaten waren bang dat hij misbruikt zou worden voor communistische propaganda. Met pijn in hun hart besloten de kameraden van Wojtek daarom om hem achter te laten in de dierentuin van Edinburgh, waar hij de rest van zijn leven door zou brengen. Zo vrij als in de 22e compagnie, waar hij naar hartenlust kon ronddwalen, zou hij nooit meer zijn.
Gelukkig hoefde hij niet van alles afscheid te nemen; de soldaten die in Groot-Brittannië waren gebleven kwamen hem nog regelmatig opzoeken. Wanneer Wojtek Pools hoorde spreken fleurde hij op en soms kwamen zijn oude vrienden zijn verblijf binnen, om als vanouds met hem te stoeien. En, het allerbelangrijkste: ze gooiden hem altijd een sigaretje toe. Aangestoken, uiteraard.

LikeLike