Op het hakblok van het bezuinigingsbeleid

Tekst door Hannah Born, beeld door Lesine Möricke

Bezuinigingen ter waarde van 350 miljoen op de cultuursector, het hoger onderwijs doet het met 1,2 miljard euro minder, de toelage voor wetenschappelijk onderzoek is met 62 miljoen euro verlaagd, 400.000 banen staan op het spel en 146 Nederlandse theatergezelschappen zitten zonder subsidie. De getallen vliegen je de laatste tijd om de oren, maar één ding is duidelijk: de overheid is grootschalig aan het bezuinigen op cultuur en onderwijs. Het is daarom hoog tijd om maar weer eens te benadrukken waarom theater en de opleiding Theaterwetenschap zo essentieel zijn in het huidige politieke klimaat. Want door de huidige kabinetsplannen staan voor mij en andere theaterwetenschapstudenten, onze opleiding, toekomst en culturele sector op het spel. 

Door alle zware bezuinigingen en subsidie-opschortingen die het kabinet-Schoof de afgelopen maanden heeft doorgevoerd, heerst er binnen de cultuursector en het hoger onderwijs grote onrust. De cultuursector kreeg vorig jaar al te horen dat de hakbijl erin ging en begin april werd duidelijk dat ook het hoger onderwijs het met miljoenen euro’s minder moest gaan doen. Als gevolg hiervan krijgt het Nederlands theater minder beweegruimte en moeten universitaire instellingen tactischer gaan nadenken over wat ze met hun beperkte potje geld willen gaan doen. Hierdoor gaan bij een studie zoals Theaterwetenschap de alarmbellen rinkelen. De woordvoerder van de actiegroep Aktie Red Theaterwetenschap (A.R.T) beschrijft hoe de opleiding vaak aan de kant wordt geschoven als pretstudie en als ‘een theoretisering van een linkse hobby’. De actiegroep is recent opgezet door studenten om preventief het belang van theaterwetenschap en andere geesteswetenschappen te benadrukken. Naast de studie moet ook de theatersector zelf zich verweren tegen de aanvallen van de overheid, en dit is niet de eerste keer. Dertien jaar geleden werd er ook al een flinke hap genomen uit de kunst- en cultuursector door de toenmalige staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Halbe Zijlstra. Hij besloot toen zo’n 200 miljoen te bezuinigen op cultuur en het aantal gesubsidieerde theatergezelschappen te halveren. Dit had destijds heftige gevolgen, zo beaamt Rob van der Zalm, docent aan de opleiding Theaterwetenschap. Ik sprak hem in het Universiteitstheater na een van zijn lessen. Hij stelt dat veel mensen binnen de sector ontslagen werden in 2012 als gevolg van overheidsbeslissingen. Halbe Zijlstra nam deze draconische maatregelen om “cultureel ondernemerschap te bevorderen” en om “een grotere nadruk te leggen op de culturele behoefte van het publiek”, zo zei hij zelf. Een rechtvaardiging zoals die uit 2012, of die nou goed gegrond was of niet, blijft voor de huidige cultuurbezuinigingen tot nu toe achterwege. Het huidige kabinet dupeert de cultuursector opnieuw, maar waarom?

Florian Hellwig, dramaturg, theatermaker en docent aan de opleiding Theaterwetenschap, beschrijft hoe er vaak vies wordt gedaan over theater. In zijn optiek moet toneel zichzelf constant legitimeren en verdedigen om door politiek en maatschappij niet weggezet te worden als een linkse, nutteloze hobby of als kostenpost die makkelijk weg te bezuinigen is. Ondanks dit verweer wordt de Nederlandse theatersector van bovenaf meer en meer leeggezogen. Als dit zo doorgaat, ben ik bang dat er niets overblijft van het innovatieve, diverse en kritische theaterveld dat Nederland nu nog is. Door geldtekorten verliezen makers de ruimte om te experimenteren, te bekritiseren en te ontwikkelen. Zonder deze vrijheid zal cultuur afvlakken en haar meerstemmigheid verliezen. En dit terwijl theater, zo beschrijft Van der Zalm, juist een instituut is dat een tegengeluid kan formuleren. Het wegbezuinigen van theater is het verwijderen van een kritische stem in een juist zo bekritiseerbare tijd.

Theaterwetenschap is een opleiding die studie maakt van deze kritische stem. De opleiding kijkt naast de verschillende facetten van een toneelstuk ook naar de performativiteit en theatraliteit in de samenleving. De studie analyseert hoe de mens reageert op de wereld om hem heen en leert daarnaast zijn studenten zelf kritisch na te denken en te handelen. Theaterwetenschap is een kleine studie met tussen de 10 en 20 studenten per leerjaar. Van der Zalm legt uit dat de studie daarmee geen piepkleine opleiding is – die onder de bescherming van de UvA valt – maar ook geen grootverdiener. Theaterwetenschap heeft daarom altijd van alles te weinig: te weinig geld, te weinig ruimte, te weinig bescherming, en dat maakt de opleiding kwetsbaar. Deze tekorten zijn echter geen reflectie van het ongekende belang van de opleiding. Theaterwetenschap is de enige in zijn soort. Nergens anders in Nederland is er een volledige opleiding gewijd aan het op universitair niveau bestuderen van toneel in al zijn vormen. Theaterwetenschap ondersteunt daarnaast het al bestaande en het toekomstige theaterveld. Door theaterwetenschappers op te leiden, wordt de Nederlands theatersector een genuanceerd en breed speelveld van kritische geluiden en nieuwe ideeën. Theaterwetenschap is dus essentieel, maar op dit moment staat ze machteloos in de schaduwen van onderwijsbezuinigingen en de onbegrijpelijke, niet te stuiten drang tot commodificatie. 

Het wegbezuinigen van theater is het verwijderen van een kritische stem in juist zo bekritiseerbare tijd.

Het kan dus geen kwaad om te benadrukken waarom de studie niet zomaar aan de kant mag worden geschoven. A.R.T is hier al hard mee bezig. De actiegroep is opgericht naar aanleiding van de recente onderwijsbezuinigingen. Volgens de woordvoerder kunnen verscheidene geesteswetenschappen wel een extra steuntje in de rug gebruiken. In deze precaire tijden proberen de theaterwetenschapstudenten niet alleen hun eigen hachje te redden maar zich juist in te zetten voor de gehele faculteit Geesteswetenschappen. Door middel van studeerprotesten, waarbij de groep gaat studeren op provocerende locaties, zoals voor de Eerste Kamer, proberen ze de aandacht op dit onderwerp te vestigen. Het is nu namelijk niet één tegen de rest, maar juist van belang om met zijn allen zo veel mogelijk geluid te maken. 

Het bovenstaande is maar een kleine inleiding tot een veel groter en diepgaander probleem. Er valt nog veel meer te zeggen over het zogenaamde linkse hobby-discours, de bedreigingen van het hoger onderwijs en het belang van een kritische stem in een politiek onrustige tijd. Voorlopig zijn de cultuur- en onderwijsbezuinigingen door de Eerste en Tweede Kamer heen en al gedeeltelijk gerealiseerd. De langetermijneffecten van deze maatregelen moeten nog blijken, maar voor de theoretische en praktische kant van theater belooft het weinig goeds. Het is daarom van noodzaak om tot die tijd flink aan meerdere bellen te trekken, en het belang van zowel Theaterwetenschap als alle geesteswetenschappen opnieuw en opnieuw te benadrukken. En als de bel niet werkt, dan blijven we op deuren bonzen tot het kabinet doorheeft dat de kunstzinnige, literaire, historiserende, talige, en filosoferende studenten nergens heen gaan.

Plaats een reactie