Tekst door Eva Marx, beeld door Anne Möricke
‘Ik ben een vrouw en ik denk dat ik gek ben, tenminste dat zeggen de mensen op straat en in de buurt. (…). Toen ik hoorde dat er bij jullie allemaal gekke vrouwen wonen, wilde ik daar ook naartoe (…), want ik vind gekke vrouwen leuk, die doen tenminste gewoon.’ Dit zijn de woorden van een vrouw die steun zocht bij de Helse Hex, een zogenaamd vrouwenwegloophuis dat in Amsterdam in de jaren tachtig werd opgericht. Wat was dit project verder precies?
Als Amsterdamse student zie ik veel jonge mensen met mentale problemen om me heen. Vrienden die stoppen met hun studie vanwege een burn-out, kennissen die al een jaar op de wachtlijst staan voor een psycholoog, collega’s met paniekklachten over alle moeilijkheden in de wereld. Hoe komt het dat velen het zo lastig hebben? Is het normaal dat mensen zich vaak slecht voelen, of doen we met z’n allen iets verkeerd? Of anders gezegd: is men verdwaald in het eigen hoofd, of door onze maatschappij?
Toen ik vorige lente de scriptie voor mijn bachelor geschiedenis moest schrijven, wilde ik een onderwerp vinden dat ik aan dit thema zou kunnen koppelen. Daarnaast wilde ik graag iets schrijven over het feminisme, omdat ik het jammer vond dat ik er tijdens mijn studie zo weinig over had geleerd. Na een maand paniekerig en tevergeefs op zoek te zijn geweest naar een onderwerp dat deze twee zaken combineerde, stuitte ik ineens op iets wat mijn aandacht trok: het zogenaamde vrouwenwegloophuis de Helse Hex. Een project dat in de jaren tachtig in Amsterdam Oud-West werd opgericht om ‘gekke’ vrouwen te helpen. En wat bleek? Al hun documenten zijn bewaard in Atria, het archief voor vrouwengeschiedenis in Amsterdam.
De weken daarna spitte ik dit archief door en leerde ik over het initiatief, gestart door een groepje vrouwelijke vrijwilligers in Amsterdam Oud-West. Het huis opende in 1985 haar deuren en bestond uit twee delen. In het inloophuis konden vrouwen terecht voor informatie, onder andere over plekken in Amsterdam met vrouwvriendelijke hulpverleners. In het slaaphuis was ruimte voor zeven vrouwen om te wonen. Hier konden vrouwen die waren weggelopen uit een inrichting, dachten gek te worden of zich in hun vrijheid bedreigd voelden, langere tijd tot rust komen en toewerken naar een zelfstandig bestaan. Het was de bedoeling dat de bewoonsters het huis zelf leefbaar hielden. Medewerksters kwamen wel elke dag ongeveer drie uur op bezoek om te praten en te checken hoe het met de vrouwen ging.
De Helse Hexen, zoals de vrijwilligsters zichzelf noemden, haalden inspiratie uit de antipsychiatrische beweging, een stroming die opkwam in de jaren zestig en kritisch was op de manier waarop de mentale hulpverlening functioneerde. Aanhangers waren het bijvoorbeeld niet eens met de manier waarop geestelijke problemen als medisch werden beschouwd, in plaats van gezien te worden in hun maatschappelijke context. Ook waren ze tegen het isoleren van patiënten in inrichtingen, het overhaast voorschrijven van medicatie en de hiërarchische verhoudingen tussen psychiaters en patiënten. De zogenaamde wegloophuizen waren een radicale uiting van de antipsychiatrie en vingen met name mensen op die wegliepen uit een inrichting. In 1980 werd in Haarlem de eerste opgericht, en in 1984 bestonden er al negen, vaak gestart door mensen uit de kraakbeweging. Er werd zo veel mogelijk vanuit het ideaal van gelijkwaardigheid gewerkt, met een democratische en non-hiërarchische structuur. Daarom hadden alle wegloophuizen algemene vergaderingen met zowel bewoonsters en bezoeksters als medewerksters.
De Helse Hex was dus ook zo’n wegloophuis, maar gaf een feministische invulling aan dit idee, boos om het seksisme dat in de bestaande wegloophuizen bestond. In gemengde huizen werd het huishouden bijvoorbeeld alleen aan de vrouwen overgelaten. Ook vertelt een bewoonster in een archiefstuk hoe verschillende mannen haar in één van deze huizen probeerden te zoenen terwijl ze dat niet wilde: ‘Waarop hij [één van de mannen die haar ongewenst zoent] zegt dat het ‘n grapje is. Maar ik baal van zulke grapjes.’
De definitie van gekte transformeerde van iemands ‘eigen schuld’, naar een logische reactie op een onderdrukkende maatschappij
Alleen het opvangen en ondersteunen van ‘gek’ (gemaakte) vrouwen vonden de Helse Hexen niet genoeg. Een andere manier waarop ze wilden helpen, was door middel van protestacties. Aan de oorzaken van de problemen van die individuele vrouwen moest namelijk in de samenleving iets gedaan worden. Anders was het, in de woorden van een vrijwilligster in een interview: ‘dweilen met de kraan open.’ De definitie van gekte transformeerde op deze manier van iemands ‘eigen schuld’, naar een logische reactie op een onderdrukkende maatschappij. In het archief staat een hele lijst met acties die door de Hexen werden gevoerd. In 1983 gaven ze bijvoorbeeld een trofee in de vorm van een bezem aan de wethoudster van Volksgezondheid, sarcastisch bedoeld als ‘symbool voor de bezem die (…) met betrekking tot de positie van vrouwen door de Amsterdamse GGZ gehaald dient te worden.’ Ook protesteerden ze tijdens het proces van een therapeut die verschillende vrouwen seksueel misbruikte. Overschrijdend gedrag tussen zorgverleners en (vaak vrouwelijke) patiënten kwam vaker voor, en er waren zelfs therapeuten die geloofden dat seks met vrouwelijke patienten productief kon zijn voor het helingsproces. De Hexen hadden hier een duidelijke reactie op: ‘Hoezo hulp, hou dicht die gulp!’
Nadat de gemeente Amsterdam de subsidie stopzette, was de Helse Hex al in 1990 gedwongen haar deuren te sluiten. In de 5 jaar dat ze open was, was haar noodzaak echter pijnlijk zichtbaar geworden. Na de opening waren binnen een maand alle bedden in het slaaphuis bezet, en ook het inloophuis zat dagelijks vol. Vrouwen kwamen niet alleen omdat ze nergens anders terecht konden, maar ook omdat dit een plek was voor en door vrouwen – een ruimte waar ze zich eindelijk veilig voelden.
Toen ik mijn scriptie schreef, voelde ik me geïnspireerd door deze vrouwen, die zoveel tijd, liefde en moeite staken in hun idealen, zonder daarvoor betaald te krijgen. Ik vond in de archieven allemaal foto’s, die vanwege privacyredenen niet gepubliceerd mogen worden. Daarop zag ik jonge vrouwen, waar ik mezelf best tussen zou kunnen zien zitten, in kleurrijke jaren-tachtig kleding en met pittige kapsels ingespannen met elkaar pratend op de wekelijkse ‘steun- en kreun’ vergaderingen. Uit de aantekeningen van deze vergaderingen straalt een enorm vertrouwen in de vrouwen die ze ondersteunden, in een maatschappij waarin zij juist werden afgeschreven.
De Helse Hexen waren het niet altijd met elkaar eens. Zo pleitten sommigen zelfs voor het volledig afschaffen van therapie. Ondanks deze – soms radicale – standpunten, was hun bijdrage onmiskenbaar: er werd een gemeenschap geboren waarin mensen elkaar op een liefdevolle manier steunden en probeerden te begrijpen. Met deze aanpak hielpen de Helse Hexen tientallen vrouwen om weer zelfstandig te wonen, en boden ze talloze anderen een plek waar ze zich eindelijk gehoord voelden. Hun verhaal is ook nu nog relevant in Amsterdam, waar zoveel mensen worstelen met mentale problemen. Zijn we, zoals ik aan het begin vroeg, verdwaald in ons eigen hoofd, of in de maatschappij? Misschien zijn beide perspectieven van belang. De geschiedenis van de Helse Hex laat ons in ieder geval zien hoe krachtig het is wanneer mensen samen een plek creëren waar ze elkaar écht kunnen zien – een aanpak die ook nu wellicht veel zou kunnen veranderen.
