Tekst door Phoebe Meekel, beeld door Ieke Meijer
In de werkcolleges van filosofie proberen mijn studiegenoten en ik regelmatig een belangrijk argument uit een filosofische stroming of theorie onderuit te halen. Ik vraag me dan af hoe de professor verwacht dat tweedejaars studenten dit binnen vijftien minuten kunnen. De argumenten die we behandelen zijn immers bedacht door genieën en worden niet voor niets na eeuwen nog onderwezen. Toch is er na lang peinzen altijd wel één student die zegt: ‘Het is toch gewoon een cirkelredenering?’.
Ik sta altijd versteld van het aantal grote denkers dat zich schuldig maakt aan cirkelredeneringen. Denk aan Anselmus’ godsbewijs of Descartes’ waarheidsregel. Een cirkelredenering is een drogreden, waarbij hetgeen wat door het argument bewezen moet worden (de conclusie) al vanaf het begin (in de premissen) wordt verondersteld. Zo ben ik bijvoorbeeld goed in slapen, omdat ik altijd makkelijk in slaap val, en ik val makkelijk in slaap, omdat ik goed ben in slapen. Na anderhalf jaar werkcolleges bijwonen ben ik erachter gekomen dat dit soort redenaties in de filosofie heel vaak worden gemaakt en het soms ongelofelijk lastig is om ze te zien. Een cirkelredenering klinkt vaak overtuigend, omdat deze in de klassieke logica geldig is (een logisch argument is geldig, als en alleen als het noodzakelijk is dat als alle premissen waar zijn, de conclusie ook waar is).
Als ik na twee weken weer bij mijn ouders thuiskom, klets ik hen meteen de oren van het hoofd af. Mijn moeder kijkt mijn vader aan en vraagt zuchtend: ‘Hoe hebben wij zo’n praatgrage dochter op de wereld gebracht?’. In mijn hoofd antwoord ik dat ik nou eenmaal een extravert persoon ben. Ik vraag me af of jij, lieve Babel-lezer, een mogelijke drogreden in mijn antwoord hebt ontdekt. Ik maak hier namelijk een cirkelredenering: de nominale denkfout. Bij deze fout wordt ten onrechte geloofd dat de benoeming van een fenomeen verklarende informatie bevat over het fenomeen zelf. Want is extravert zijn wel écht een verklaring voor mijn gedrag? Of is deze benoeming een andere manier van zeggen – en daarmee een cirkelredenering – dat ik veel praat? Extraversie is meer dan alleen een benoeming, namelijk een persoonlijkheidskenmerk met een biologische basis, maar is wellicht niet de kernreden van mijn ratelen. Ik stel niet zozeer dat een benoeming geen verklarende informatie bevat, maar hier zeker wel onvoldoende van heeft. Een andere reden dat woorden als een waterval uit mijn mond stromen kan namelijk zijn dat ik, zoals gewoonlijk, goed heb geslapen, het gevoel heb dat mijn verhalen voor iedereen interessant zijn, of op een bepaalde manier ben opgevoed.
Een label roept namelijk bepaalde associaties op die van persoon tot persoon verschillen.
De psycholoog Peter Kinderman is kritisch op diagnoses als depressie en schizofrenie en zegt dat deze labels pseudo-verklaringen zijn. Hij illustreert zijn punt onder andere in een voorbeeld dat het horen van stemmen een symptoom is van schizofrenie. De aanname hierin is dat schizofrenie deze stemmen veroorzaakt. Maar, zoals Kinderman zegt: ‘The dog is chasing its own tail’. ‘Waarom hoort Pieter stemmen?’, ‘Omdat hij schizofrenie heeft’. Maar waarom heeft Pieter schizofrenie? Omdat hij stemmen hoort!
Door de nominale denkfout krijgen we de illusie dat we iets daadwerkelijk begrijpen. Complexe processen die ten grondslag kunnen liggen aan gedragingen worden op deze manier over het hoofd gezien. Het gevaar hiervan is dat als de echte oorzaken van problematisch gedrag niet worden erkend, mensen klakkeloos – zowel zichzelf en anderen – te sterk identificeren met hun diagnose. Een diagnose wordt namelijk gegeven op basis van symptomen en is dus niet – tenzij je een cirkelredenering accepteert – de verklaring van deze symptomen. Als ik word gediagnosticeerd met een depressie, zal een psycholoog gelukkig onderzoeken welke onderliggende oorzaken (omgevingsfactoren, erfelijkheid etc.) meespelen. Toch kan het door de illusie buiten de therapiesessies voor mij voelen alsof de depressie een onveranderlijk onderdeel van mij is. Ik zou me dan reduceren tot mijn diagnose. Aan de andere kant is een diagnose heel fijn, omdat mijn gedrag wordt erkend en deze zo beter gecommuniceerd kan worden met de buitenwereld.
Een ander probleem is dat nominale denkfouten leiden tot stereotypen. Een label roept namelijk bepaalde associaties op die van persoon tot persoon verschillen. Het label ‘autisme’ wekt bij sommigen een beeld op van een stil persoon, terwijl anderen denken aan iemand die helemaal geobsedeerd is door iets als Lord of The Rings. Ten onrechte wordt gedacht dat een zo’n kenmerk – of een combinatie – bij elk autistisch persoon voorkomt. Mensen hebben zo gelijk een bepaald beeld bij iemand die met autisme is gediagnosticeerd. Maar de gediagnostiseerden kunnen niet over één kam worden geschoren, aangezien de symptomen van autisme sterk uiteenlopen en binnen een breed spectrum vallen: er bestaan wel degelijk autistische mensen die – tegen het conventionele denkkader in – veel praten of niet goed zijn in wiskunde. Als men zich hier niet van bewust is, kan het bijvoorbeeld voorkomen dat iemands autisme niet wordt erkend. Aan de andere kant kan iemand die geen geleerde is over de psyche ten onrechte autisme toeschrijven aan de ander, enkel op basis van een gedraging die geassocieerd wordt met het stereotype.
Toch moeten we onthouden dat het heel normaal is om de nominale denkfout te begaan. Het laatste wat ik wil, is dat je je schuldig voelt als dit gebeurt. Het kennen van alle verklaringen van gedragingen is namelijk heel vermoeiend en bovendien onmogelijk. Toch is het belangrijk om ons ervan bewust te zijn dat we minder begrijpen dan we denken. Zo kunnen we ons namelijk behoeden tegen overgeneralisaties die schade kunnen brengen, en zo de situaties van anderen leren te begrijpen.
