Iglesia Maradoniana; de religieuze wending van het voetbaltrots

Tekst door Pleun Kraneveld, beeld door Ieke Meijer

Tijdens mijn verkenning van de pleinen en straten van Napels werd het Napolitaanse symbool van trots en bewondering mij gauw duidelijk: de Argentijnse voetballer Diego Maradona. Hij wordt niet alleen als sporticoon, maar ook als nationale held, en zelf als God afgebeeld. Hoewel de religieuze lading in de Napolitaanse verering van Maradona expliciet wordt, vraag ik me af of de connectie tussen sport en religie in bredere zin in de voetbalcultuur te herkennen valt. Wat zegt de goddelijke status van Maradona over onze voetbalcultuur?

Naast de Mariabeeldjes en houten kruisen kun je in het centrum van Napels niet ontkomen aan posters en afbeeldingen van voetballer Diego Maradona. Op muren, ramen en zelfs restaurantmenu’s staat hij afgebeeld als symbool en trots van de stad. De Argentijnse voetballer blijft na zijn indrukwekkende prestaties voor de Italiaanse voetbalclub SSC Napoli in de jaren 1984 tot 1991 nog altijd dé grote voetbalheld van Zuid-Italië. In deze periode, een jaar nadat hij Argentinië naar het wereldkampioenschap wist te leiden, hielp hij SSC Napoli aan de eerste landstitel in haar geschiedenis. In een knus pleintje in de stad loop je als toerist tegen een grote muurschildering aan waarop Maradona afgebeeld staat met de nationale kleuren van Italie. Boven zijn hoofd is het woord dio geschreven, het Italiaanse woord voor God. Gezien de katholieke identiteit van de stad is het fascinerend hoe ver deze liefde voor deze Argentijnse voetballer gaat. Misschien kan de rol van voetbal in de stad Napels ons iets vertellen over de verwevenheid tussen religie en sport. Een kruising die wellicht frequenter voorkomt dan in eerste instantie lijkt. 

De Napolitanen zijn overigens niet de eerste die een verband leggen tussen Maradona en God. In Argentinië wordt hij na zijn uitzonderlijke prestaties in de jaren 80 ook nog steeds als dé grote voetballegende gezien. Zowel in Italië als in Argentinië wordt hem vaak een religieuze of spirituele status verleend. Zijn wellicht meest iconische doelpunt, dat vaak als een van Maradona’s beste prestaties wordt erkend, vond plaats op 10 februari 1986, tijdens een wedstrijd van Argentinië tegen Engeland. Dit doelpunt wordt vandaag de dag door velen nog als ‘buitenaards’ of ‘hemels’ beschouwd, door de bizarre uitzonderlijke omstandigheden. Vlak voor het doelpunt gebruikte hij zijn hand op een subtiele wijze, waardoor de bal nét de juiste richting op vloog. Omdat deze gebeurtenis de scheidsrechter ontging, werd het doelpunt verrassend genoeg goedgekeurd. Deze gebeurtenis maakt dat Maradona vaak de titel ‘Hand van God’ krijgt toegekend, een naam die sinds deze wedstrijd regelmatig wordt aangehaald.

Het is dit iconische voorval dat de aanleiding is geweest voor een religieuze aanhang van Maradona en in het bijzonder een nieuwe beweging binnen zijn achterban: ‘Iglesia Maradoniana’. In de Argentijnse stad Rosario, openden drie fanatieke voetbalfans in 1997 deze ‘Maradoniaanse kerk’. In de sfeer van de turquoise kleur van het tenue dat de voetballer veelvuldig tijdens zijn carrière droeg, is het kerkmeubilair gevuld met posters en beelden van de Argentijnse held. Wie binnenloopt kijkt recht tegen een omvangrijk altaar van Maradona aan, achter de middenbeuk van de kerk. Deze kerk dient als anekdotisch bewijs voor hoe ver de landelijke voetbaltrots kan gaan. Hoewel de Iglesia Maradoniana gebruikelijk door velen als parodie-religie wordt beschouwd, heeft deze ‘religie’ voor de stichters ongetwijfeld een serieuze lading. Alejandro Veron, medeoprichter van de kerk, stelt: ‘Elke religie heeft een God, onze God is Maradona.’ Naast wekelijkse bijeenkomsten worden jaarlijkse rituelen uitgevoerd, met de verjaardag van de voetballer op 30 oktober als centraal evenement. Kenmerkende uitspraken van Maradona worden zelfs verzameld en tot eigen ‘heilig boek’ gevormd. Veron stelt dat er niet veel aangepast of bedacht hoeft te worden, de voetballer heeft eenmaal ‘zijn eigen bijbel geschreven’. 

De aanhangers van de Iglesia Maradoniana maken dus een expliciete connectie tussen religie en voetbal die wellicht in subtielere vormen te herkennen is. Wat kan deze religieuze lading van de Maradoniaanse kerk ons over het sentiment van de gemiddelde voetballiefhebber vertellen?

De religieuze rituelen en praktijken rondom de Iglesia Maradoniana geven aan hoe diepgaand de passie en toewijding voor voetbal kan zijn. In een artikel over de Eredivisie in Het Parool wordt de Europese voetbalcultuur in een religieus daglicht geplaatst. Journalist Teun van de Keuken geeft hier aan dat de aantrekkingskracht van voetbal in de ‘bovenmenselijke, goddelijkheid van de speler’ schuilt. Hij gaat in op de commotie rondom een wedstrijdvervalsing tijdens de Eredivisie. Ondanks het gesjoemel en de onderliggende vervalsing tijdens grote wedstrijden, blijft men zich wanhopig vastklampen aan de woorden van het lievelingsteam in kwestie. Het is de onderwerping aan een geïdealiseerde speler en club, de onvoorwaardelijke steun aan een groep, die voetbal voor de liefhebber aantrekkelijk maakt. Voetbal is veel meer dan enkel een verzameling van baltrappende individuen; voor velen vormt het een samenleving en een structuur, geregeerd door regels en tradities. Het veld dient als microkosmos, een plek waarin spelers, coaches en supporters zich in een gereguleerde wereld onderdompelen. Ieder wordt deel van een collectief geheel met een unaniem sentiment, waarbij individualiteit naar de achtergrond verdwijnt. Speler en supporter stellen zich in dienst van de eenheid, van iets dat groter is dan henzelf. 

De voetbalfanaat is in elke hoek en laag van de samenleving terug te vinden, en voetbal lijkt bij de meeste liefhebbers een soortgelijk gevoel op te wekken. Wellicht onthult voetbal een diepere eigenschap van de mens: het verlangen onderworpen te zijn aan een groter, alomvattend systeem. De heldenstatus van de voetballer en de onvoorwaardelijke liefde voor een voetbalclub lijken dit verlangen bloot te leggen. Het stadion dient als een plek waar supporters samenkomen om deel te nemen aan betekenisvolle rituelen. Het gezamenlijk juichen, het zingen van liedjes en het dragen van teamkleuren creëren het gevoel van een gedeelde identiteit. Woorden van spelers worden nagesproken alsof ze verheven zijn en spelers van rivaliserende teams worden als heidense religies afgezet. 

De Napolitaanse en Argentijnse voetbalcultuur rondom Maradona maakt deze kruising tussen religie en voetbal expliciet. Maar er zijn ook subtielere uitingen van de religieuze dimensies van het voetbalfanatisme. Om religieus gedrag te vertonen, hoeft een individu zichzelf niet als ‘ongelovige’ te bestempelen. De waardering van veel atheïsten voor hun lievelingsspelers en teams reikt immers voorbij een arbitraire appreciatie. Hoewel religie geen expliciete rol hoeft te spelen in het leven van menig voetbalfanaat, duiken er dus wel degelijk structuren en rituelen op die verdacht veel weg hebben van religie. Wanneer we een breder begrip van religie hanteren, lijkt het dat voetbalfanatisme verklaard kan worden vanuit religieus perspectief. Een samenleving die zich van het christendom distantieert, heeft geen atheïstische samenleving als noodzakelijk gevolg. De Iglesia Maradononia verklapt de diepgewortelde idealen achter de voetbalcultuur, en wijst op de bovenmenselijke status van de voetballer. Als we onze eigen subtielere voetbalcultuur en trots willen begrijpen, helpt de lens van religie wederom. Om een ‘voetbalgelovige’ te zijn is het stichten van een kerk namelijk niet essentieel. Religie schuilt in alle hoeken en gaten. En dat is ook mijn atheïstische buurman uit Amsterdam niet ontgaan, zoals te horen wanneer Ajax weer een wedstrijd speelt.

Plaats een reactie