Tekst door Dominique Seelen, beeld door Winonah van den Bosch
Zaterdagochtend 28 januari 2017. Om klokslag half 10 sta ik met mijn viool in mijn handen klaar achter de podiumdeur. Over enkele seconden zullen de zaaldeuren openen en zal ik het podium betreden. Ik heb twee muziekstukken tot in de puntjes voorbereid. Elke streek en elke vingerzetting is in mijn hoofd geprent: alles is helemaal gepland. Maar zelfs na maanden voorbereiding blijkt het onverwachte niet onmogelijk te zijn.
Nog voor het optreden sta ik samen met de pianiste die me zal begeleiden in de coulisse. Ze is zich mentaal aan het voorbereiden: haar vingers trommelen zachtjes op de map met bladmuziek. Af en toe slaat ze de map even open, kijkt ze een lastige passage door en slaat de map dan weer dicht. Geen greintje onzekerheid. En dat is niet voor niks: mijn pianiste begeleidt al jaren kandidaten in concoursen (wedstrijden voor klassieke musici) en staat ook geregeld met deze musici in de finale.
Aan de linkerkant, bij de deur, staat een vrijwilliger van het concours zenuwachtig met een walkietalkie in haar hand. Ze knoopt fluisterend een kort gesprekje met me aan, om me gerust te stellen: ‘Komt helemaal goed hoor, vooral van gaan genieten, dat is het belangrijkste.’ Daarna staan we met zijn drieën te wachten tot uit de walkietalkie het signaal komt dat we het podium op mogen.
Dan is het zover. De deuren zwaaien open, ik loop het trappetje op en sta samen met mijn pianiste op het podium. Eerst een korte buiging, even rondkijken in de zaal – maar niet te veel, anders kom je niet gefocust over. Achterin de zaal zit een achtkoppige jury:professionele musici met een (inter)nationale carrière. Terwijl de zaal nieuwsgierig naar me kijkt, stem ik mijn viool en maak ik me mentaal klaar om te beginnen. Elk concert begin ik op deze manier, er lijkt dus niks aan de hand te zijn.
Voor dit concours had ik twee muziekstukken gekozen. Als eerste de Meditation Thaïs van Jules Massenet, een prachtig stuk (beluister het!). Het begint met een paar noten die vrij lang duren en gespeeld moeten worden op één afstreek. In vioolterminologie betekent dit dat ik meerdere noten moet spelen terwijl ik mijn stok in één keer van de slof naar de punt beweeg (dus van het begin van de stok naar het einde). Deze eerste afstreek is een dealbreaker of een dealmaker: iedereen die het stuk kent, weet dat de eerste noot bepaalt welke sfeer je neerzet. Een ideaal referentiepunt voor de jury voor de beoordeling.
Daar komt nog bij dat iedere strijkstok een eigen balans, lengte en haardikte heeft. Wanneer je dus met de ene stok repeteert moet je je techniek aanpassen aan die specifieke stok. De nuances tussen de strijkstokken zijn heel klein, maar je voelt het verschil gelijk wanneer je speelt. Je aanpassen aan deze kleine verschillen is niet makkelijk – zeker niet als je een stuk hebt gerepeteerd met moeilijke technieken en je dit ook nog eens uit je hoofd moet doen.
Dus daar ga ik dan met mijn eerste afstreek. Ik hoor de klanken in mijn hoofd, zet de stok op mijn snaar, doe mijn ogen dicht en begin te strijken. Maar dan schiet ik opeens over de punt van mijn stok heen! Het lijkt alsof mijn stok veel kleiner is geworden en ik dus een heel deel van mijn stok mis! Ik open gelijk mijn ogen, maar probeer niet te geschokt over te komen. In the heat of the moment moet ik de balans in mijn hand helemaal aanpassen en veel vaker heen en weer strijken dan gepland. Terwijl ik probeer om alsnog de fragiele sfeer neer te zetten die het stuk vereist, zet ik een pokerface op om het publiek niet af te leiden van de muziek. Pas dan realiseer ik me: ik heb de verkeerde stok uit mijn kist gepakt! Er zitten twee verschillende stokken in: een grotere stok waar ik mee heb gerepeteerd voor dit stuk, maar ook mijn kleine stok waar ik als klein meisje viool mee had geleerd te spelen. Nooit eerder heb ik ze omgewisseld, maar juist nú, tijdens de voorrondes van dit concours, heb ik de verkeerde gepakt. Daar sta ik dan met een stok die meer dan de helft te kort is! Alle technieken en verfijningen die ik de afgelopen weken heb gerepeteerd moet ik overboord gooien. Ik ga dit concert alleen overleven als ik me aanpas aan de technieken en nuances van deze stok.
Tot op heden kan ik me niet meer herinneren hoe ik heb gespeeld tijdens het concert. Toch moet het best goed gegaan zijn, want ik hoorde later dat ik doorging naar de finale. Mijn ouders en docente hadden gelijk door dat ik met een verkeerde stok speelde (ze hadden het stuk immers duizenden keren met de goede stok gehoord). Ik dacht dat het daar wel bij zou blijven. Maar voor ik het wist, hadden de luisteraars en de deelnemers van het concours het over ‘dat meisje dat met haar te kleine stok speelde’. Aan de ene kant was het nogal vernederend om de hele tijd op deze vergissing gewezen te worden. Aan de andere kant was ik trots dat het me gelukt was om alle stukken met een verkeerde stok te spelen.
Luisteraars vroegen me vaak waarom ik doorspeelde met de verkeerde stok en niet mijn goede stok was gaan ophalen en opnieuw begon. Het gekke is: dat idee is nooit bij me opgekomen. Ik heb beide stukken uitgespeeld met totaal andere streken en nuances dan ik gewend was, maar niet één moment heb ik getwijfeld of ik door moest gaan of niet.
Het concert was een bijzondere ervaring. Ik heb ervan geleerd dat je niks honderd procent kan voorbereiden – zelfs niet na maanden studeren. En dat is helemaal niet erg. Sterker nog, door het optreden met mijn te kleine stok, realiseerde ik dat ik genoeg kennis en kunde heb om een beslissend concert met een geheel andere stok te spelen. En die les over mijn vermogen als violiste had ik niet willen missen!
