Tekst door Teuntje Ott, beeld door Winonah van den Bosch
de stappenteller werkt niet meer, het kompas
evenmin.
kan ik nog terug?
als ik me omdraai, sta jij dan nog te zwaaien
of ben je al zachtjes gaan
zingen
over de omwegen die ik maak?
mijn littekens
zijn
een beetje verlegen,
ik heb me voor het gemak binnenstebuiten gekeerd.
weet dat ik zal blijven
lopen,
al was het maar om te bewijzen dat ik het kan;
onafhankelijk zijn.
dat ik veranderen mag
en thuis
zal vinden op verschillende plekken.
ik hoef niet
gered.
ik roep niet
om hulp.
je dacht me te horen
maar ik schreeuwde gewoon even alles
uit mijn lijf
over erbij willen horen en
tegelijkertijd
jezelf willen onderscheiden,
kijk.
ik heb wat kruispunten verzameld,
een aantal haaientanden om te
herkauwen.
ben ik het wachten waard?
bergen in overvloed om te beklimmen, niet wetende
wat mij toekomt,
wie me liever ziet vallen
of vliegen.
wie me lieft.
wie me verdriet.
wie me verliet.
ijsberend, een beetje gebeten
door controledwang,
tot ik handen tekortkom om mezelf op te vangen.
