Tekst door Teuntje Ott, beeld door Winonah van den Bosch
de blauwe deur van notting hill hangt als een magneet
aan de koelkast,
een beetje zoals ik aan je lippen hing toen je me vroeg
en hoe ik niet kon geloven dat je verder wilde met iemand zo gebroken.
zou je ons kunnen restaureren
als een schilderij dat nog niet klaar is voor de schroot?
wat maakt dat we elkaar
niet
verliezen
konden,
verslinden konden?
voor een ander klaarstonden, verstonden zonder
te verzinnen?
nu we hier staan temidden van roerloos bewegen,
wat houdt ons tegen
elkaar wederom lief te hebben?
breek ons open,
ik klink als porselein in een zee van verlegenheid,
wat nou als we samen lijmen?
onze wonden likken in vormen
van kintsugi?
de blauwe deur van notting hill hangt als een magneet
aan de koelkast,
een beetje zoals ik aan je lippen hing toen je me vroeg.
ik dacht aan hoe hugh grant daar stond
met zijn mond vol tanden,
niet meer wetende hoe te spreken na een liefdesverklaring als deze,
de rollen nu omgedraaid
en ik
als aan de grond genageld.
we staan er nog steeds en toch,
ik voel me leeg.
zie je ons louter als een verouderde versie van wie we konden zijn?
zie ik ons oud worden op een bankje aan het water?
ik weet, je verbloemt de waarheid
nogal graag.
en stelt me vragen waar ik geen antwoord op wil geven;
is een boek op z’n mooist wanneer het wordt gelezen of wanneer het wordt
geschreven?
ik weet het niet
meer
maar ik ken je steeds minder goed.
de blauwe deur van notting hill hangt als een magneet
aan de koelkast,
een beetje zoals ik aan je lippen hing toen je me vroeg.
de metaforen raken op, ze liggen
overhoop en de stilte
zit klem
tussen onafgebroken muren.
ja,
ik wil
ons
opnieuw.
