Winnie de Poeh: naïeve jeugdheld of oosterse wijze?

Tekst /// Dominique Seelen Beeld ///

Wie kent haar niet: die lieve gele beer met het bolle buikje en rode shirtje? De beer die maar al te graag elk druppeltje honing oplikt en samen met haar vriendjes allerlei avonturen beleeft? Winnie de Poeh bestaat in films, is te koop als knuffel en wordt zelfs op pyjama’s en bestek afgebeeld: een echte beroemdheid. Maar wat velen niet weten, is dat achter dit onschuldige beertje een wereld van oosterse wijsheden schuilt. Dit lijkt misschien onwaarschijnlijk, aangezien wij Poeh eerder associëren met een knuffelige honingvreter dan met een oude Chinese wijze. Maar, fun fact: een van de belangrijkste taoïstische principes heet ‘P’oe’, dus zou hij toch misschien…? Aan de hand van het boekje Tao van Poeh, geschreven door Benjamin Hoff, ontrafelen we de oosterse wijsheden die verscholen zitten achter de simpele woorden van Poeh. Maar laten we beginnen bij het begin: het ontstaan van het taoïsme.  

Taoïsme

Er zijn drie belangrijke religieuze en filosofische tradities in China: het confucianisme, het boeddhisme en het taoïsme. De scheiding tussen deze richtingen is symbolisch verbeeld op een zestiende-eeuws schilderij dat gemaakt is door een schilder van de Kanoschool uit Japan, met de titel: De drie azijnproevers. Op dit schilderij staat een vat azijn afgebeeld met daaromheen drie mannen: Confucius, Boeddha en Lao-tse. Ze zijn de grondleggers van China’s drie belangrijkste levensbeschouwingen. Alle drie proeven ze van de azijn, die symbool staat voor de essentie van het leven. Confucius heeft een zure uitdrukking op zijn gezicht, omdat hij gelooft dat de mens niet in harmonie is met het universum en dat we daarom strikt aan een stelsel van rituelen moeten vasthouden. Boeddha heeft een bittere gezichtsuitdrukking, omdat hij het leven ziet als een vallenzetter: illusies en begeerten vullen het leven met pijn. Lao-tse kijkt daarentegen blij. Hij is het niet eens met Confucius en Boeddha: volgens hem is de mens niet in strijd met de harmonie van de wereld en is de wereld niet een soort mijnenveld vol begeerten. Lao-tse stelt dat de wereld een leermeester is voor de mens en dat we zijn lessen moeten leren en waarderen. Deze leer, het taoïsme genaamd, is dan ook afgeleid van tao, wat zoveel betekent als ‘de Weg’. De weg van het universum, die als een kracht is voor alle gebeurtenissen in de hemel en op de aarde. Deze kracht is onbevattelijk, maar als we ermee in harmonie leven (wat betekent dat we de loop der gebeurtenissen niet onderbreken, maar waarderen en ervan leren), dan zullen we een gelukkig leven leiden. Lekker concreet.

Drie taoïstische levenswijsheden uit een lied van Poeh

Wellicht kunnen we de ietwat zweverige taoïstische leer met beide pootjes op de grond brengen met behulp van onze jeugdheld Poeh. In een – op het eerste gezicht – grappig en eenvoudig liedje dat Poeh zong in Winnie de Poeh zitten de drie fundamentele taoïstische principes verstopt die de basis vormen van de leer van Lao-tse.  

Tingele-klingele-bingele-bel Een vlieg vogelt niet, maar een vogel vliegt wel, 

Geef mij een raadsel en m’n antwoord zal zijn: Tingele-klingele-tingele-tijn

Tingele-klingele-bingele-bel, Een vis kan niet fluiten, maar kan ik het wel? 

Geef mij een raadsel en m’n antwoord zal zijn: Tingele-klingele-tingele-tijn

Tingele-klingele-bingele-bijs, Waarom doen kippen soms zo onwijs? 

Geef mij een raadsel en m’n antwoord zal zijn: Tingele-klingele-tingele-tijn

In de eerste strofe staat: ‘een vlieg vogelt niet, een vogel vliegt wel’. Hoezo wijsheid? I mean: duh. Deze zin heeft echter meer betekenis dan je zou denken. Het feit dat een vlieg niet vogelt en een vogel wel vliegt verwijst naar het eerste fundament, dat inhoudt dat alles een plaats en een functie heeft. Door te weten wie je bent en je ‘innerlijke aard’ te kennen weet je waar je thuishoort en kan je inzien dat het een heel goed voor jou kan zijn, terwijl het ander veel beter bij iemand anders past.

Nu hoor ik je denken: ‘innerlijke aard’ – lekker zweverig, en bovendien weet ik toch prima wat wel en niet goed voor me is? Maar dit valt vies tegen. Neem mijn vriendin die haar vriendje niet dumpt. Ze denkt dat ze vooral een knappe jongen aan de haak wil slaan, maar als ze eerlijk is tegen zichzelf zorgt haar vriendje nu niet goed voor haar, terwijl zorgzaamheid juist belangrijk voor haar is. No worries, er schijnen ook knappe én zorgzame vriendjes te bestaan. 

Zelf ben ik ook schuldig. Toen ik een klein meisje was, droomde ik ervan topvioliste te worden en de wereld rond te reizen. Naarmate ik ouder werd, leek deze droom steeds minder rooskleurig: ik zou weinig thuis zijn en nooit iets anders kunnen doen dan vioolspelen. En dat terwijl ik best snel heimwee krijg naar mijn eigen bed en de mensen om me heen, en behalve vioolspelen ook nog tig andere dingen leuk vind. Het heeft echter lang geduurd voordat ik kon accepteren dat de droom die ik had nooit werkelijk zou kunnen worden, omdat ik als persoon in het hier en nu niet overeenkom met de persoon in mijn droom. Deze twee voorbeelden laten zien dat je soms niet weet wie of wat goed voor je is (zoals het vriendje van mijn vriendin, dat haar slecht behandelt) of dat de ene manier van leven minder goed bij jou, maar beter bij andere mensen past (zoals mijn jeugddroom).

‘Een vis kan niet fluiten, maar kan ik het wel?’ Kennis van je innerlijke aard zorgt ervoor dat je weet welke situaties wel en niet geschikt voor je zijn. Maar het kennen en érkennen daarvan zijn twee verschillende dingen. Erkenning betekent namelijk ook dat je durft toe te geven dat je bepaalde beperkingen hebt. Bovendien is het dan, volgens het tweede taoïstische fundament, jouw verantwoordelijkheid om zo te handelen dat je je beperkingen in acht neemt. Toen mijn droom om topvioliste te worden steeds meer rafelige randjes kreeg, was mijn eerste reactie te ontkennen dat ik naar huis verlangde en me in plaats daarvan vast te klampen aan het idee dat vioolspelen toch écht het allerbelangrijkste was. Ik ging steeds meer studeren en wilde steeds meer muziekwedstrijden winnen om die droom werkelijkheid te laten worden, maar dit werkte alleen maar averechts: ik verloor mijn plezier in vioolspelen. Na een tijdje – tijdje is een understatement – kwam ik erachter dat ik mezelf voor de gek hield, omdat ik mezelf niet accepteerde zoals ik was. Spoiler alert: in september speel ik alweer vijftien jaar viool en sinds ik heb losgelaten dat ik een topvioliste zou worden, speel ik met meer plezier viool dan ooit tevoren. 

Het kennen en érkennen van je innerlijke aard zijn twee verschillende dingen

Volgens het taoïsme is het noodzakelijk je beperkingen te benoemen. Als ik mijn beperkingen niet had erkend, was ik namelijk niet alleen mezelf, maar ook mijn omgeving kwijtgeraakt. Ik had me waarschijnlijk afgezonderd van mijn familie om het gemis te verzachten wanneer ik weer afscheid had moeten nemen, omdat ik voor de zoveelste keer het vliegtuig had moeten pakken naar een ver land. Zo zou mijn niet-passende ambitie niet alleen mijzelf, maar ook mijn omgeving beschadigd hebben. Erkenning van je innerlijke aard is dus niet alleen noodzakelijk voor jezelf, maar ook voor je omgeving.  

Maar het leven stopt niet als je jezelf in de spiegel ziet en erachter komt dat je droom of de plek waar je nu bent niet bij je innerlijke aard past. Ook niet als je topvioliste wil worden, zo ervaarde ik. Dat ik mijn familie graag om me heen heb en me niet stoïcijns op één vakgebied kan storten zijn ook kwaliteiten. Alleen moet ik ze wel als kwaliteiten beschouwen en situaties opzoeken die erbij passen. Voor mij is muziek nu een passie waar ik me met enorm veel plezier mee bezighoud. Maar wel in de buurt van mijn thuis – en in combinatie met alle andere dingen die ik waardeer in het leven en die ik heb kunnen ontdekken, juist omdat ik accepteerde dat ik bepaalde ‘beperkingen’ heb.

‘Waarom doen kippen soms zo onwijs?’ verwijst naar het feit dat we niet alles hoeven te begrijpen. Met deze stelling, fundament nummer drie, werpen taoïsten flink wat filosofen en wetenschappers met groot aanzien van hun sokkel. Volgens het taoïsme hoeven we niet, zoals wetenschappers en filosofen doen, overal een verklaring voor te vinden en met onze ratio proberen te begrijpen hoe de dingen in elkaar steken. Volgens het taoïsme is de rede datgene wat ons afleidt van het vinden van onze innerlijke aard. Dit is volgens taoïsten problematisch, omdat alleen de innerlijke aard te vertrouwen is. Als je jezelf echt leert kennen, dan heb je respect voor jezelf en ben je minder makkelijk negatief te beïnvloeden door andere mensen. 

Volgens het taoïsme is de rede datgene wat ons afleidt van het vinden van onze ‘innerlijke aard’

In harmonie met de Weg

Deze drie wijsheden uit het taoïsme lijken simpel, maar het volgen van het simpele is juist complex. Je innerlijke aard leren kennen, erkennen en vertrouwen om zo in harmonie met de Weg te kunnen leven, zijn de levenslessen die we kunnen gebruiken voor een natuurlijker en vanzelfsprekender leven. En zelfs als die innerlijke aard dingen bevat die we moeilijk onder ogen durven of kunnen komen, kunnen we een beroep doen op die naïeve maar o zo wijze uitspraak van Poeh: ‘Weeds are flowers, too, once you get to know them.’

Plaats een reactie