Socratisch gesprek: vergeeflijke vergetelheid

Door: Laura Kelderman
Beeld: Winonah van den Bosch

Het wissen van herinneringen lijkt misschien een praktijk uit sciencefictionfilms, maar het is dichterbij dan je denkt.Babel ging in gesprek met neuroloog Marijn Kroes over zijn onderzoek naar geheugenmanipulatie en de ethische implicaties daarvan.

unspecified

Waar doe je precies onderzoek naar?

Wij onderzoeken of het mogelijk is om herinneringen te veranderen en hoe dat dan zou werken in het brein. Het idee is dat wanneer je iets nieuws leert of meemaakt, dat in het begin heel gevoelig is voor verstoring. Pas na verloop van tijd en door bepaalde processen in de hersenen, wordt informatie langduriger opgeslagen. Als ik jou nu een telefoonnummer leer  en meteen daarna nog een nieuw telefoonnummer leer, is de kans groot dat je het eerste nummer niet onthoudt. Terwijl je je eigen nummer, die al heel lang in je brein ligt opgeslagen, niet snel zal vergeten door het leren van een nieuw nummer. Dit laat zien dat nieuwe herinneringen in eerste instantie gevoelig zijn voor verstoring, maar dat oude herinneringen robuust zijn.

Dat sommige herinneringen zo goed opgeslagen zijn, kan soms juist voor problemen zorgen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij trauma’s. Je hebt een herinnering die angstemoties oproept en jou op die manier hindert in het dagelijks leven. In therapie kan je dan misschien wel leren om die emoties in bedwang te houden, maar zodra jij in een stressvolle situatie terechtkomt, is dat vaak niet meer zo effectief. Dan schiet je toch snel terug ineen oud patroon. Daar willen we een betere oplossing voor vinden en dat is ongeveer waar ons onderzoek uit voortgekomen is.

Is het al mogelijk om herinneringen te manipuleren?

In 2000 werd er al bij ratten ontdekt dat het mogelijk was om bepaalde oude herinneringen te ‘wissen’. Daarmee bedoel ik dan dat ze niet meer angstig reageerden op een situatie waarvan ze hadden geleerd dat zij gevaarlijk was. Dit kwam doordat ze een chemisch stofje toegediend kregen dat bepaalde hersenprocessen stillegde, vlak nadat de herinnering aan gevaar werd opgeroepen. Op dat moment is deze weer vatbaar voor verstoring en kan zij verloren gaan.

Het duurde daarna nog wel een tijd voordat deze methode ook bij mensen werkte. In het begin werd er onder andere geëxperimenteerd met bètablokkers. Die remmen angstreacties wel af, maar de herinneringen blijven. Voor spinnenfobieën is dat prima, maar voor iemand met een posttraumatische stressstoornis heeft dat niet zoveel zin. Bij PTSS beleef je een traumatische ervaring steeds opnieuw. Mensen die hiermee kampen, zien een herinnering letterlijk voor zich. Dit noemen we ‘episodische herinneringen’.

Om te kijken of dit soort herinneringen ook verstoord kunnen worden gingen wij opzoek naar een andere methode. Mensen die worden behandeld voor zeer ernstige depressie met electroconvulsie therapie hebben vaak geheugen problemen na zo’n behandeling. Om te kijken of episodische herinneringen ook verstoord kunnen worden vroegen we daarom mensen die voor depressie met electroconvulsie therapie worden behandeld om mee te doen aan ons onderzoek.

De proef die we opstelden ging als volgt: we vertelden twee verhalen aan patiënten die voor hun depressie al met shocktherapie behandeld werden. Vlak voordat zij weer een sessie hadden, stelden wij ze wat vragen over één van deze twee verhalen. Vragen die ze op dat moment goed beantwoordden. Een dag later namen we een geheugentest af. Toen bleek dat ze het verhaal waar wij geen vragen meer over gesteld hadden nog wel konden oproepen, maar het andere verhaal compleet vergeten waren. Daar konden ze zich echt helemaal niks meer van herinneren. Deze herinnering was dus gewist.

Hier hebben we de conclusie uit getrokken dat wanneer je een herinnering oproept, door er bijvoorbeeld vragen over te stellen, deze vatbaar is voor manipulatie. Als je op dat moment het brein lastigvalt met shocks, zorg je ervoor dat de herinnering niet goed wordt opgeslagen en de patiënt haar vergeet.

Waarbij zou deze techniek, naast de behandeling van PTSS, nog meer van pas komen?

Er zijn al wat methodes opgesteld voor het behandelen van fobieën, maar die zijn nog erg experimenteel. Verder wordt er ook nagedacht over de vraag of geheugenmanipulatie misschien kan helpen bij ernstige verslavingen. Dat iemand bij het zien van een naald meteen zin krijgt in heroïne is een vorm van aangeleerd gedrag die ook in gang wordt gezet door een herinnering. In theorie zou je het zelfs kunnen gebruiken bij liefdesverdriet, maar dat blijft voorlopig slechts een casus voor de discussie.

Je merkt wel dat mensen meer moeite hebben met het idee van geheugenmanipulatie naarmate je de toepassingen verder uitbreidt. Terwijl sommige ethici ook al argumenteren tegen het gebruik ervan bij patiënten met PTSS.

Welke argumenten worden er dan genoemd tegen het toepassen van geheugenmanipulatie?

Er zijn twee dingen die ik vaak hoor. Ten eerste dat je toch ingrijpt in iemands persoonlijkheid als je aan herinneringen komt. Dat je op die manier knoeit met de authenticiteit van een menselijk leven. Ten tweede dat je, wanneer je op deze manier iemand over een trauma heen helpt, je diegene de kans ontneemt om dat op eigen kracht te doen. Mensen zien heftige gebeurtenissen vaak als iets wat je moet overwinnen, om vervolgens als sterker persoon door het leven te kunnen gaan.

Dat zijn prima argumenten, maar voor mensen met PTSS gaan ze volgens mij niet op. Daar is deze aandoening te destructief voor. Patiënten die eraan lijden en bij wie standaardbehandeling niet werkt, kunnen op eigen kracht geen persoonlijke groei meer doormaken. Daarnaast ontneemt de stoornis hen juist de persoonlijkheid en authenticiteit. Iemand die PTSS heeft, is letterlijk zichzelf niet meer. Geheugenmanipulatie kan deze  mensen helpen.

Maar een leven wordt gevormd door wat je meemaakt, dus zou je kunnen zeggen dat mensen, tenminste gedeeltelijk,hun herinneringen zijn. Is het in bredere zin dan niet sowieso onethisch om aan het geheugen te komen?

Niet perse. Wij zien het geheugen graag als een soort bibliotheek die volstaat met herinneringen waar we naar eigen genoegen bij kunnen, maar zo werkt het niet helemaal. Herinneringen zijn vaak niet zo betrouwbaar als we denken en ze veranderen ook continu. Zo is er een bekend onderzoek waarbij mensen die tijdens 9/11 geïnterviewd werden, twee jaar later hier nog eens een paar vragen over kregen. Alhoewel de desbetreffende herinnering in hun beleving erg nauwkeurig is – het gaat natuurlijk om een emotionele gebeurtenis die je niet snel vergeet – waren ze toch niet in staat om hetzelfde verhaal te vertellen. De twee versies kwamen slechts voor dertig procent met elkaar overeen.

Verder kan je ook redelijk makkelijk iemand valse herinneringen bijbrengen. Daar heb je niet eens een uitgebreide medische ingreep voor nodig. Als je mensen bijvoorbeeld vaak genoeg een verzonnen verhaal vertelt over hun jeugd, maar zorgt dat er details inzitten die wel waar zijn zoals dat ze een trui droegen die ze vroeger ook daadwerkelijk hadden, gaan ze dat verhaal op een gegeven moment internaliseren. Dan lijkt het voor hen een echte herinnering te zijn.

Dat zijn allemaal hele nuttige functies trouwens. Door deze verschijnselen kunnen we ons beter aanpassen aan een wereld die ook altijd aan het veranderen is. Maar het geheugen is dus geen statische eenheid en het veranderen van herinneringen is niet zo onnatuurlijk als veel mensen denken. Daarbij komt dat we ondanks deze mechanismen toch in staat zijn om door de tijd heen een notie te hebben van een persoonlijkheid of ‘zelf’. Dus waarom zou dat opeens anders zijn als gevolg van een medische behandeling?

Er zijn genoeg scenario’s te bedenken waarin geheugenmanipulatie voor slechte doeleinden gebruikt kan worden. Denk aan martelen en 1984-achtige praktijken. Is het misschien beter om te stoppen met dit onderzoek om erger te voorkomen?

Zulke scenario’s zijn inderdaad voorstelbaar. Er zijn al gevallen bekend waarin medici niet enkel de intentie hadden zieke mensen beter te maken. Zo liepen er in Guantanamo Bay psychologen en artsen rond die meehielpen met verhoren. Dat deden ze bijvoorbeeld door gevangenen te depersonaliseren. Daarbij werden mensen dan zo gemanipuleerd dat ze emotioneel knakten en dus ook niet meer sympathiseerden met vrienden en familie. Op die manier zouden ze sneller kennis prijsgeven. Zulke informatie is echter totaal niet betrouwbaar en vaak werken die trucjes niet eens. Maar mensen zullen het toch voor dit soort doeleinden proberen te gebruiken.

Als we kijken naar mijn onderzoeksgebied, of we dit kunnen gebruiken voor het behandelen van zieke mensen, denk ik dat we daar als maatschappij een oordeel over zullen moeten vellen. Willen we geheugenmanipulatie wel of niet introduceren in onze zorg? Daarbij vind ik ook dat je van bijna alles ook wel een probleem kan inzien. Een lepel is in principe bedoeld om mee te eten, maar je kan er ook een oog mee uitsteken. Dat kost wel redelijk veel moeite, dus als je iemand pijn wilt doen kan je beter een automatisch geweer gebruiken.Dat geldt ook voor geheugenmanipulatie. Je zou het uiteindelijk inderdaad kunnen gebruiken voor slechte dingen. Maar dat kost hoe dan ook ontzettend veel tijd en inspanning, dus ik betwijfel of het ooit zo ver  komt.

Het kan ook de andere kant opgaan. Dat we in de toekomst allerlei pijnlijke of beschamende herinneringen laten wissen, in plaats van ermee te leren leven. Hoe waarschijnlijk is dat denk je?

Dat zou eerder gebeuren denk ik. Het is misschien een beetje vergelijkbaar met plastische chirurgie. Patiënten die zware brandwonden hebben opgelopen hebben daar natuurlijk baat bij, maar mensen gebruiken het ook om een nieuwe neus te krijgen. Alhoewel ons onderzoek nog lang niet zo ver is, zie ik hier ook niet een groot probleem in overigens. Als iemand dat zelf wil, wie ben jij dan omdat te verbieden?