‘Het is makkelijker om Noord-Korea binnen te komen dan het Holland Casino’, zei Huub van achter de balie. Ik heb nog nooit met mijn paspoort aan de grens van Noord-Korea gestaan, maar geloofde hem graag. Een kwartier eerder was ik het filiaal van het Holland Casino Leeuwarden binnengestapt met het idee een briefje van vijf te verdubbelen. Maar, zo kreeg ik al snel te horen van Huub: ‘Dat gaat niet zomaar.’ Het was mijn eerste keer, daarom moest ik eerst een zogeheten ‘intake’ ondergaan, wat er in feite op neerkwam dat Huub een kwartier lang met gefronste wenkbrauwen mijn BSN in het systeem probeerde in te voeren. Omdat ik alleen een rijbewijs mee had, moest dat handmatig. Maar, verzekerde Huub mij: ‘Ik hou wel van een uitdaginkje.’ Na het invullen van de cijferreeks was het tijd voor mijn naam. Alhoewel Huub deze stap aandurfde zonder leesbril, kwam hij daar al snel van terug. Hij kon zijn ogen niet geloven, maar bleek even later net zo weinig vertrouwen te hebben in zijn bril. ‘Grünfeld?’ riep Huub verbaasd, ‘Lees ik dat goed?’ Ik knikte, waarop Huub besloot het ongeloof toch maar te laten varen. ‘Wat een internationaal gezelschap’, merkte hij op. Met vertrokken mond ontfermde hij zich over het toetsenbord, op zoek naar de umlaut.
Naast Huub stond Liv, verpakt in hetzelfde giletje, alleen met een ander naamplaatje. Terwijl Huub de intake op zich nam, hield zij de rest nauwgezet in de gaten. Ze communiceerde door de portofoon, opende het hekje voor bezoekers en had het direct in de gaten toen er nieuwe mensen binnenkwamen. Zo deelde ze op een zeker moment mee: ‘In mijn ooghoek zie ik een vrouw binnenkomen.’ Ze had gelijk. Zo’n vijftien seconden later nam ze haar jas aan, vanachter de balie van de garderobe.
‘Dan heb ik alleen nog een krabbeltje nodig voor de algemene voorwaarden’, deelde Huub mee. ‘Maar dat zijn allemaal hele logische dingen die daarin staan hoor.’ Niet iedereen is het daarmee eens. Op Google gaf bezoeker Lovley het ‘HC’ – zoals het Holland Casino in de volksmond wordt genoemd – één ster. De reden: ‘De Machine jat al je geld […]. Ik gooide me laatste 2 euro in de automaat en ja hoor de verdomme roulette vrat me 2 euro zo naar binnen.’ Ongelofelijk natuurlijk, uitgerekend in een casino.
Binnen in de speelzaal word je omver geblazen door de veelvoud aan glinsterende, blinkende, tierende apparaten. Alsof je op Times Square staat, maar dan tijdens een lockdown. In de hoek, achter de roulettetafel, geniet een vrouw van een bordje kipsaté. In het midden gaan twee vrouwen van middelbare leeftijd op in het spel van de fruitmachine en bij de bar bestelt een man een Fanta. Voor de rest heerst er niets dan leegte.
Een halfjaar eerder debuteerde ik in het casino. Nadat ik een briefje van vijf had gevonden in de snackbar had ik het met vrienden ingezet bij Jack’s Casino in Utrecht. Bij de eerste inzet was het raak. De machine begon te ratelen en een lawine aan twee-euromuntjes volgde. Maar, op de zaterdagmorgen in Leeuwarden was het resultaat minder rooskleurig: we ondergingen hetzelfde lot als Tom. Binnen vijf minuten, een fractie van hoelang de intake had geduurd, waren we onze vijf euro kwijt.
En wat doe je dan? We besloten het er maar van te nemen en bestelden een rondje bij de bar. Ditmaal moesten we het niet hebben van onze winst bij ome Jack, maar van de drie vouchers die Huub ons had meegeven. Ik bestelde een koffie, daarna een chocomelk. Als we wilden, mochten we ook iets te eten bestellen, deelde de barman mee. ‘Van het huis’, voegde hij eraan toe. Maar na drie slokken eiste de gokhal zonder daglicht en de muziek van Thom Yorke zijn tol. Ik wilde vooral náár huis.
Tekst Noam Grünfeld, beeld Lesine Möricke
