Menna Laura Meijer is ‘heel blij dat het voorbij is’. Zes jaar lang werkte ze dag en nacht aan haar monumentale, achtdelige documentaire over Pim Fortuyn die hoofdzakelijk niet over Pim Fortuyn gaat, maar over grote thema’s die volgens Meijer samenkomen rondom de vermoorde politicus: ‘racisme, seksisme, homofobie, de multiculturele samenleving en het hele politieke klimaat’. De film bestaat voornamelijk uit archiefbeelden, aangevuld met interviews met bijna uitsluitend mensen van kleur.
Had je deze documentaire over Nederland kunnen maken door een andere Nederlander te portretteren?
‘Met Job Cohen zou dit natuurlijk niet lukken. Cohen vond zelf dat Theo van Gogh een groot onderwerp was, maar als je uit Rotterdam komt is Van Gogh een non-onderwerp. Als je niet in Amsterdam woont, is Van Gogh een non-onderwerp. Zijn impact is op geen enkele manier te vergelijken met de impact van Fortuyn. Mensen als Fortuyn hebben – for better and worse, ik ben geen aanhanger van hem – echt verandering veroorzaakt.’
Meijer vertelt dat Van Gogh, samen met Ivo Niehe, een van de beste interviewers van Fortuyn was. Hoe kijk je naar interviews met Fortuyn?
‘Hij blijft eigenlijk altijd heel oprecht antwoord geven. Hoe hij dat doet, weet ik niet. Ik vind het wel echt bewonderenswaardig. Ik moet er zelf bij interviews aan denken: o, ja, ik moet het meer doen zoals Fortuyn dat deed. Dat je je niet laat opnaaien, dat je je niet aangevallen voelt, dat je niet wantrouwig bent. Daardoor ben je een veel leuker persoon om geïnterviewd te worden.’
In de documentaire van Meijer zit een scène waarin Fortuyn thuis een interviewer ontvangt, waarna de cameraman door de geïnterviewde geïnstrueerd wordt om in te zoomen op een foto van een naakte man. Fortuyn begint de ogen op de naaktfoto te beschrijven.
‘Dat is een van mijn favoriete scènes. Hij was heel open over zijn seksualiteit. Hij zei ook: “Ik ben open, omdat er ook mensen zijn die daar minder open over kunnen zijn en ik hoop dat ik doordat ik zo open ben andere mensen gerust kan stellen op een bepaalde manier.” Fortuyn was een soort klassieke queer man. Hij geloofde oprecht in het hebben van seks met meerdere personen. Zonder relatie, met relatie. Seks was voor hem de belichaming van de bevrijding die je hebt meegemaakt in je seksualiteit.’
‘Met Rob Jetten is het natuurlijk heel gek. Jetten heeft dus een man, een hockeyer uit Argentinië, die hij heeft leren kennen in de Albert Heijn. Jetten werd smoorverliefd, maar daarbij denk je toch niet aan seks? Dan denk je aan heel erg verliefd. Bij Fortuyn gaat het heel erg over seksualiteit, over het hebben van seks. Bij Rob Jetten denk je toch meer aan smoorverliefd. Leuk, maar anders.’
Ingegeven door Jettens hockeyende verloofde vertelt de documentairemaker over haar jeugd in Dongen, waar zij hockeyde. Haar vader uit Indonesië was de enige man van kleur in het dorp. Hij was de coach van het team, en werd na een uitoverwinning op een Waalwijks team niet binnengelaten omdat hij van kleur was.
‘Ik heb nooit zo gedacht aan wat ik toen dacht, behalve dat ik me bij het maken van de film realiseerde dat dat absoluut heel veel impact moet hebben gehad, ook al heb ik dat niet heel cognitief geregistreerd. Ik heb heel veel films gemaakt over seks en homoseksualiteit, waarvan ik dacht: Wat heb ik daar mee? Ik denk toch dat het allerlei stappen waren om via anderen te laten zien wat de impact kan zijn van wel of niet geaccepteerd worden. Ik ben zelf niet queer, maar het heeft wel altijd een grote rol gespeeld in mijn werk. Fortuyn is de eerste film waarin racisme, zoals ik het waarschijnlijk herinner van vroeger, dichterbij kon komen, zonder dat het letterlijk over mij gaat.’
In een recensie in NRC schrijft Wilfred Takken: “Op basis van deze documentaire zou je bijna geloven dat Nederland er vreselijk aan toe was, precies zoals Fortuyn ons wilde doen geloven. Terwijl het land nog steeds tot de allerrijkste ter wereld behoort, en de meest vrije, en minst gewelddadige.”
‘Ik denk als je zoiets schrijft… dan ben je dus gewoon dom. Alsof die twee mutually exclusive zijn. Alsof je in een heel rijk land niet gewoon schrijnende armoede kan hebben. Alsof je in een heel rijk land, op dit moment, niet in een stad kan wonen waar één op de zoveel kinderen kan opgroeien in armoede. Alsof je in een heel rijk land niet gewoon ghetto’s kan hebben waarin extreem veel drugs gebruikt en gehandeld worden.’
‘Wat Lotfi El Hamidi (journalist De Groene Amsterdammer, red.) zegt: als je tegen iemand in Parijs zei dat je uit Rotterdam-West kwam, dan zeiden mensen: “wat heftig”. Bij Wilfred Takken denk ik: Wie ben jij? Hoe oud ben je? Waar kom je vandaan? Heb je research gedaan? Heb jij de film gemaakt? Jij hebt naar een film gekeken, en eigenlijk correspondeerde dat niet met wat jouw beeld is.’
Later begint Meijer over een recensie van Benno de Jong op de site van columnist Syp Wynia en een interview met Frenk van der Linden bij Kunststof.
‘Er was één ding dat zij gewoon kut vonden; A, dat er allemaal moslims in zaten, en B, dat ze zeiden: “maar wat probeert ze ons nou te vertellen?” Dat Nederland helemaal niet zo leuk is als we altijd dachten. Dat het misschien de eigen schuld is van Nederland. Dat Nederland moslims iets verwijt, maar dat wij het zelf ook niet goed doen. Dat vonden zij slecht aan de film. En dan denk ik, nou, wauw, je hebt het echt goed gezien. Want ja, dat is wat ik in deze film stel.’
Vlak daarna begint Meijer over Beladen huis, de bestseller van Christien Brinkgreve over haar overleden man, oud-voorzitter van de VPRO.
‘Hebben jullie al geschreven over dat boek?’
Nee
‘Omdat jullie allemaal jongens zijn? Er stond een groot stuk van Jutta Chorus in De Groene Amsterdammer. Het stuk gaat erover hoe ongelooflijk veel vrouwen geraakt en gegrepen waren door dat boek. Je hebt een man, culturele elite. Het belangrijkste is dat zij (Brinkgreve) professor is – geen lullig ding toch? – en zich in feite terugtrekt en zich dat huwelijk, als het ware, laat gebeuren. Dat raakte zo ongelooflijk veel vrouwen. Er is één ding dat in dat stuk niet genoemd werd, maar wat volgens mij fundamenteel is en daarom zo raakt bij Fortuyn, dat we als vrouw allemaal dachten: als je met Bolkenstein trouwt, is de kans groot dat je achter het aanrecht belandt. Maar als je links trouwt…’
Met Melkert of met Bos…
‘Echt een heel vies idee, maar dat zij dus niet zo zijn – dat links geëmancipeerd en niet seksistisch is – dat is het grote verraad waar dat boek over gaat.’
Dat is een misvatting, dat links niet seksistisch is?
‘Tuurlijk. Als de hoofdpersoon niet chef van de VPRO was geweest, maar de directeur van de ABN, dan had iedereen gezegd: “ja, ja, oké, wat ga je me nou vertellen?” Het gaat erom dat hij linkse culturele elite is. Dat is het grote verraad!’
Denk je dat de lezers van het boek dat ook zo zien?
‘Nou, als ze dát niet zien… Ik sloeg dat boek open en het eerste wat ik dacht was: iemand heeft het gewoon gezegd. Iemand heeft gewoon geschreven dat de goedste mannen op deze aardkloot, namelijk, zeg maar VPRO of iedere andere linkse variant ,dus eigenlijk gewoon ongeëmancipeerde, nare mannen zijn. Ik denk dat als je niet begrijpt dat links daarin het kernwoord is, dat het boek niet had gewerkt als zij dus getrouwd was geweest met de directeur van De Nederlandse Bank, dan snap je het niet.’
We komen op Leonard Ornstein, de journalist die werkt aan de biografie van Pim Fortuyn waar hij op wil promoveren. In een interview werd Ornstein gevraagd of Fortuyn eenzaam was. Hij antwoordde: ‘Ja, net als veel andere grote leiders.’
‘Toen dacht ik: je snapt echt niet, met wie we te maken hebben. Dan ben je blijven hangen in het beeld dat Fortuyn iets gewoons formuleerde. Dat is denk ik een heel grote fout. Ik heb niet gestudeerd en ik ga er niet nuffig over doen, maar het feit dat je zo’n twintig jaar bezig bent met promoveren is geen verdienste op zichzelf.’
‘Ik denk dat de film die wij hebben gemaakt het verhaal van Fortuyn is en dat je van heel goede huize moet komen wil je daarna nog iets beter te maken over Fortuyn dan dit. Met beter bedoel ik niet letterlijk beter, maar iets dat het licht schijnt op een manier dat je zegt: heel belangrijk dat je dit doet.’
Ga je de biografie lezen van Fortuyn als het uitkomt?
‘Ik ga nooit meer iets lezen over Fortuyn. Nooit.’
Tekst Just Pallandt, beeld Micha De Wandeler
