Waar mensen spugen en in hoofden bijten

Tekst door Eva Marx, beeld door Kian Moradi

In het uitgaansleven in Amsterdam gebeuren rare en vaak ook nare dingen. Menig horecamedewerker is getuige van vechtpartijen, scheldkanonnades en seksueel overschrijdend gedrag. Hoe is het om in zo’n omgeving te werken en hoe gaan verschillende plekken om met sociale veiligheid? Aan de hand van drie interviews onderzocht ik deze vraag.

Het Amsterdamse nachtleven is een samensmelting van stonede toeristen, alternatieve studenten, oude mannen en dronken scholieren. Voor elk van deze doelgroepen bestaan zelf toegewezen plekken, maar strikt gescheiden blijven ze absoluut niet. Het nachtleven is juist een plek voor onverwachte ontmoetingen en samenkomsten. Dat levert vaak mooie interacties op, maar kan ook schuren. Zelf heb ik meerdere vechtpartijen gezien en regelmatig nare opmerkingen gekregen. Een vriendin vertelde me hoe een man voor haar neus een glas kapotsloeg op de bar, en een vriend werd door een man tot bloedens toe in zijn voorhoofd gebeten.  

Na deze ervaringen en veel gesprekken op mijn oude werkplek ‘Skek, een cultureel eetcafé op de Zeedijk in Amsterdam, raakte ik meer geïnteresseerd in de problematiek van het nachtleven. Vragen over veiligheid, inclusiviteit, middelengebruik en grijze gebieden hielden me bezig. Om antwoorden te vinden sprak ik met drie bar- en clubmedewerkers in Amsterdam over hun ervaringen met conflict en sociale veiligheid.

Iris (23, zij/haar) 

Werkte vijf jaar in een kroeg aan de gracht.

Als ik vraag of Iris veel conflict heeft meegemaakt tijdens het werk, moet ze lachen en zegt: ‘Ja dat heb ik zeker veel gezien. Mijn bar was tot laat open en iedereen was er welkom. Dat vond ik fijn, maar soms kwamen er ook mensen die je echt niet wilde hebben. Die grens trekken is moeilijk, zeker als er mensen werken met verschillende normen en waarden. Hoewel mijn collega’s en ik als familie waren, waren we het vaak oneens. Toen ik begon met werken was ik achttien en verder was iedereen een stuk ouder. Vervolgens kwamen er via mij veel jonge vrouwen werken, waarvan de meeste queer waren. Die nieuwe werknemers kregen veel seksistische en racistische opmerkingen. De oudere collega’s keken daar anders naar dan ik. Zij wilden bijvoorbeeld geen bouncer hebben, omdat dat een ongezellige sfeer zou meebrengen. Toen heb ik aangegeven dat als er geen maatregelen voor veiligheid werden genomen, ik weg zou gaan. Toen werd er gelukkig wel naar me geluisterd en is de bar zelfs een tijd eerder dichtgegaan. Nu wordt het er wel beter, maar het blijft moeilijk.’

Iris vertelt over vaste gasten die in de bar iconisch waren, maar vaak ‘foute dingen’ zeiden en zelf vonden dat dat gewoon moest kunnen. Zij was het daar niet mee eens: ‘Ik ben erg activistisch en open. Veel van mijn collega’s vonden mij woke. Discussie was voor mij belangrijk, juist omdat ik zoveel van de plek hield. Ik wilde het beter maken voor iedereen en dan niet alleen voor de mensen die er al kwamen. Tegelijk vond ik het ook leuk met zoveel verschillende mensen om te gaan. Je leert zoveel over mensen als je in een café werkt.’

Daarop vraag ik wat voor moeilijke situaties ze meemaakte: ‘Er waren opmerkingen, mensen die aan me zaten, meerdere mensen die hun piemel aan me lieten zien. Gasten zeiden echt vulgaire dingen, bijvoorbeeld dat ze me wel zouden willen neuken en dat ik spermatieten had. Toen ik een vaste gast een keer vertelde dat ik een vriendin had, was zijn reactie dat hij vroeger ook altijd lesbische sletjes neukte. Als het een drukke avond was kreeg ik altijd wel een seksueel getinte opmerking.’

Iris legt uit dat grenzen trekken in het nachtleven moeilijk is, ook omdat er zo vaak vervelende dingen gebeuren. Dat lijkt dan normaal. Ze vindt het nog steeds wel eens lastig te bepalen wanneer iets echt te ver gaat. Nu is ze op uitwisseling, maar wanneer ze terugkomt is ze van plan een andere baan te zoeken. Dat komt grotendeels door alle ‘vieze oude mannen’, hoewel ze ook vol liefde over haar oude werkplek spreekt.

Indigo (28, zij/hen)

Werkt sinds haar zestiende in restaurants en bars, was deel van het Awareness Team van De School en is nu manager bij Club Raum. Een Awareness Team let tijdens een uitgaansavond op of er gekke dingen gebeuren en is het aanspreekpunt voor bezoekers die zich onveilig voelen.

Als eerste vraag ik of ze bepaalde terugkerende situaties ziet in het uitgaansleven. Indigo: ‘Wat ik vaak hoor is dat mensen denken dat je altijd wordt lastiggevallen door mensen die je niet kent. Ik zie juist vaak dat iemand een melding maakt over iemand waarmee diegene binnenkwam. Van buitenaf is een nare situatie dan meestal onzichtbaar. Veelal komt een melding, vaak van een vrouw, pas helemaal aan het einde van een avond. Ze is dan bang voor mogelijke repercussies. Volgens mij is een van de belangrijkste problemen in het nachtleven van Amsterdam dat er veel wordt getolereerd, omdat zoveel mensen elkaar kennen. Het gevoel van gemeenschap en veiligheid is natuurlijk fijn, maar een keerzijde is dat sommige mensen zich te comfortabel voelen. Als een toerist zich misdraagt, wordt die meteen hard afgerekend, maar mensen die vaak komen, staan boven de wet.’

Zelf vindt ze het ook het moeilijkst om mensen aan te spreken die ze al kent: ‘Automatisch komt er dan bij jezelf ook emotie vrij: teleurstelling, of zelfs boosheid. Het maakt het nog iets persoonlijker als het echt je vrienden zijn. Dan wordt je namelijk verbonden met hun gedrag. Als een vriend vervelend doet op mijn werkplek, kom ik ook in een moeilijke positie.’

Als een toerist zich misdraagt, wordt die meteen hard afgerekend, maar mensen die vaak komen, staan boven de wet.

We praten verder over ingewikkelde situaties: ‘Ik vind het ook heel lastig als personeel ten prooi valt aan gekkigheid, zeker nu ik zelf manager ben. Bijvoorbeeld wanneer iemand van het Awareness Team, die een voorval gaat oplossen, ineens zelf aangerand wordt. Zelf had ik een keer een aanvaring met een man die aan de pillen zat en allemaal vervelende dingen naar vrouwen riep. Toen ik hem aansprak begon hij mij uit te schelden. Ik belde de beveiliging door mijn portofoon, maar die kwam niet. Deze man begon vervolgens op mij te spugen. Daarom heb ik hem bij zijn kraag gepakt en de hele club door gesleept. Hij bleef maar roepen: “You ugly bitch, I hope you die.” Vaak zie je de lelijkheid van mensen als ze niet nuchter zijn. Ik weet zeker dat het dan niet ligt aan het middel. Het zit in een persoon, maar door het middel komt het dan heel unhinged naar buiten.’

Ik vraag hoe Indigo meer betrokken raakte bij sociale veiligheid: ‘Ik ben er een beetje ingerold bij het evenement Spielraum. Toen was een Awareness Team nog niet echt een ding in Amsterdam. Het begon als vrijwilliger en was nog geen vak opzich. Dat groeide daarna op best organische wijze uit, vrij per ongeluk eigenlijk. Hoewel ik wel wist hoe erg het van belang was. Ik ging veel uit en maakte seksuele intimidatie mee. Ook had ik veel mensen met een verslaving in mijn omgeving.’

Indigo is blij dat sociale veiligheid nu een groter thema is, maar ziet ook dat sommige plekken er slecht mee omgaan: ‘Soms krijgen mensen gewoon een hesje aan zonder enige voorbereiding. Dan zijn ze ineens Social Awareness terwijl ze geen idee hebben. Dat doen organisaties alleen om te kunnen zeggen dat ze een Awareness Team hebben. Die onervaren mensen kunnen dan juist meer schade aanrichten.’

Tenslotte vraag ik wat de belangrijkste lessen zijn die ze heeft geleerd in het nachtleven. Indigo: ‘Dat je altijd de tijd moet nemen en je bewust moet zijn van je eigen blinde vlekken. Daarom is het het beste om alleen mensen aan te spreken op gedrag dat je kan waarnemen en geen aannames te doen. Je moet denken aan je eigen bias. Als iemand klaagt over slecht gedrag, maar het blijkt te gaan over een Marokkaans iemand in een trainingspak die helemaal niks doet, komt dit waarschijnlijk vanuit een vooroordeel. Het is belangrijk geen overhaaste beslissingen te nemen. Ook is het goed om iemand even apart te nemen. Dus heel letterlijk wil je de tijd en ruimte nemen.’

Jip (23, zij/haar)

Werkt als barvrouw bij ‘Skek en club Garage Noord.

Samen met Jip zit ik op een terras, hemelsbreed precies tussen haar twee werkplekken in. Ons gesprek start met een vergelijking tussen de twee. Jip: ‘Bij ‘Skek zie ik veel meer conflict. Dat komt deels door de locatie, op de Zeedijk, en door de afwezigheid van een deurbeleid. Bij Garage wordt van tevoren een selectie gemaakt en wordt bekeken of mensen de veiligheid en waarden zullen waarborgen. In ‘Skek moeten we er regelmatig iemand uitzetten die een lastige situatie veroorzaakt, dat komt dan achteraf.’

Daarom heb ik hem bij zijn kraag gepakt en de hele club door gesleept.

Jip vertelt hoe er pasgeleden bij ‘Skek een man was die vervelend gedrag vertoonde: ‘Een  collega wilde hem eruit zetten, maar werd vervolgens zelf door die man aangerand. Uiteindelijk lukte het pas om hem weg te sturen toen er meer collega’s bij kwamen.’

In Jips ervaring is een lastige gast wegsturen moeilijker voor een vrouw: ‘Wat we vaak zien is dat als een vrouw vraagt of iemand weg wil gaan, diegene niet luistert. Zodra dan een mannelijke collega erbij komt staan, gaat de persoon meteen weg. Gister hadden we het er bij een vergadering nog over dat we op drukke avonden en in het weekend eigenlijk altijd willen dat er ook een man achter de bar staat.’

Het valt Jip nog mee hoeveel grote nare dingen er gebeuren, maar volgens haar moeten we ook letten op kleinere voorvallen: ‘Ik hoor bijvoorbeeld vaak van gasten dat er een man is die de hele tijd naar hen kijkt. Dat zit dan in het grijze gebied. Overschrijdt iemand echt de regels of is iemand gewoon irritant?’ Soms gebeuren er ook wel echt enge dingen, een voorbeeld: ‘Er was een avond dat we plastic bekers van Pride gebruikten. Er was toen iemand die zei dat hij niet uit zo’n beker wilde drinken. Daar sprak een vaste gast hem op aan. Toen heeft de eerste man de vaste gast door onze glazen voordeur geduwd.’

We komen erop uit dat het politieke aspect van ‘Skek, waar bijvoorbeeld een queer vlag en een Palestijnse vlag hangen, soms ook conflict met zich meebrengt. Jip: ‘Als je op die manier een safe space wil bieden en  er dan toch mensen ‘van buiten’ komen, maakt dat het voor de mensen die je wil beschermen ineens extra onveilig.’

Jip voelt zichzelf ook wel eens onveilig: ‘Het is vooral een gevoel van machteloosheid waar een stukje onveiligheid in schuilt. Gelukkig valt het door ons publiek gemiddeld wel mee. Dat zijn vooral lieve jonge mensen met voelsprieten en een sociale radar. Stomme opmerkingen komen het vaakst uit groepjes mannen van in de vijftig of zestig, die minder binnen onze doelgroep vallen. Maar soms zijn ze er wel en dan maken ze zo’n vieze opmerking, waarvan ze zelf niet eens doorhebben dat het vies is.’

Blijven praten

Het viel me in de drie gesprekken op dat er veel overeenkomsten waren, ondanks de verscheidenheid aan besproken plekken. Generatieverschillen botsen,  vervelend gedrag aanpakken is ingewikkelder wanneer het om vrienden gaat, en wie ingrijpt riskeert zelf slachtoffer te worden.  Iris, Indigo en Jip worstelen alle drie met dezelfde vraag: waar trek je nou precies die grens?
 Juist daarom zijn deze gesprekken van groot belang. Awareness Teams staan nog in de kinderschoenen en grensoverschrijdend gedrag komt voor in een hoop verschillende uitgaansgelegenheden in Amsterdam. Alleen door ervaringen uit te wisselen en samen na te denken, kunnen we begrip krijgen voor elkaar, ontdekken waar onze grenzen liggen – en hoe we die beschermen.

Plaats een reactie