Een portret van Amsterdam

Tekst door Biko van Deijck, beeld door Alicia Koch

Terwijl het Amsterdam Museum een grondige renovatie ondergaat, heeft het tot 2025 een tijdelijk onderkomen gevonden in H’ART Museum, voorheen bekend als Hermitage Amsterdam. Een van de leeggekomen vleugels biedt een intrigerende verzameling werken over de stad Amsterdam. Met Panorama, de naam van de tentoonstelling, wil het Amsterdam Museum een ‘breed vergezicht’ bieden op het verleden, maar ook het heden, van onze stad. 

Panorama begint met een gigantisch groepsportret van de regentessen van het Burgerweeshuis. Het oude Burgerweeshuis, gelegen aan de Kalverstraat, doet nu al zo’n halve eeuw dienst als het Amsterdam Museum, maar fungeerde tot aan 1578 nog als het Sint Luciënklooster, een vrouwenklooster waar onder meer werd gebrouwen en geweven. In 1579 werd er een weeshuis geopend dat een van de meest vooraanstaande regentenposten bood die in Amsterdam verkrijgbaar was. Adriaen Backer portretteerde de regentessen in 1683 op een indrukwekkend doek van een kleine twee bij drie meter. 

Maar een regent, wat is dat eigenlijk? Toen in 1578 het katholieke stadsbestuur werd afgezet, ook wel de Alteratie van Amsterdam, ontstonden er flinke gaten in de zorg. De kerk had voorheen een groot deel van het sociale takenpakket voor zijn rekening genomen, waaronder verzorging van de zieken en zorg voor weeskinderen. De recentelijk vergaarde zelfstandigheid van het nu protestantse Amsterdam vereiste een herverdeling van politieke en maatschappelijke verantwoordelijkheden. 

Het invullen van die sociale taken was een uitstekende springplank voor burgers van gegoede afkomst om hogere machtsposities te vergaren: liefdadigheid met een (flink) vleugje persoonlijke ambitie. De typisch Hollandse traditie van het ‘groepsportret’ geeft een mooi inkijkje in deze geschiedenis. Groepsportretten werden rond de Alteratie erg populair onder regenten. Met de opkomst van het herenhuis en het openen van publieke instellingen kwam er in menig Amsterdams gebouw veel ruimte vrij door de vaak hoge muren. Die ruimte werd onder andere gevuld met grote schilderijen van groepen vooraanstaande burgers, zoals regenten en schutters, die vaak in opdracht van henzelf werden gemaakt.

Hoewel deze groepsportretten van grote waarde zijn voor de geschiedschrijving van de stad, plaatst het Amsterdam Museum er ook zijn kanttekeningen bij. Want wie had het geld om zulke portretten van zichzelf te laten maken? Niet iedere regent bleek hier namelijk de financiële middelen voor te hebben. Alleen het bovenste laagje van de elite was in staat zich te laten vereeuwigen. Daarmee geven ze een wel zéér beperkt beeld van de samenleving in de periode waar ze uit voortkomen. 

Ook kun je je afvragen hoe accuraat dat toch al beperkte beeld daadwerkelijk is. Een regent die veel geld betaalde voor een portret wilde zichzelf natuurlijk zo glorieus als mogelijk afgebeeld zien. De kans is dus groot dat een groepsportret uit de 17e eeuw een ongeveer even oprechte voorstelling van de werkelijkheid weergeeft als de instagrampagina van de gemiddelde influencer. 

Daar komt nog bij dat regenten hun welvaart doorgaans te danken hadden aan het kolonialisme. Bijna alle regenten en regentessen hadden ofwel een partner, ofwel een familielid dat zijn rijkdom had vergaard door middel van overzeese handelsactiviteiten. Hoewel het werk als regent bestond uit liefdadigheid voor de minderbedeelden, werd het geld dat hen de mogelijkheid bood dat werk te doen vaak verdiend met het exploiteren van volkeren buiten de Nederlandse landsgrenzen. 

Zorg voor de één over de rug van de ander. Een wrange tegenstelling die tevens wordt benadrukt door de stem van de audiotour terwijl ik langs het indrukwekkende groepsportret van de regentessen van het Burgerweeshuis loop. En hoewel het schilderij uit de 17e eeuw de kans op zelfreflectie nog even laat schieten, biedt het werk dat er pal boven hangt daar juist een uitstekende mogelijkheid toe.

Natasja Kensmil

Natasja Kensmil, een Amsterdamse kunstenares van Surinaamse afkomst, schilderde in 2019 het Monument of Regents. De zes individuele regentenportretten hangen als spoken boven hun gezellige tegenhangers. De talloze, gruizige lagen olieverf waar de portretten uit bestaan, geven de regenten die ze afbeelden een onpersoonlijk en zielloos karakter. Een ander verschil met hun onderbuur is het feit dat deze portretten geen specifieke personen afbeelden. ‘Archetypen’, zo worden ze genoemd door de blikkerige stem in mijn oor. Door het met olieverf opbouwen, weer afpellen en doorkrassen van die onpersoonlijke gezichten creëert Kensmil een prachtige weergave van de duistere keerzijde van het regentschap. Ze zetten de toon voor de rest van de expositie waarin Amsterdam door de eeuwen heen in al haar glorie wordt weergegeven, telkens met de herinnering aan de schaduwzijde van zijn – bij gebrek aan een beter woord – succes. 

Raquel van Haver

Als je met elke stap zo’n vijftig jaar door de geschiedenis heen banjert, kom je onvermijdelijk een keer terecht in het hier en nu. Het is aan Raquel van Haver om dat hier en nu in te luiden. Van Haver, een in Colombia geboren, door Nederlandse ouders geadopteerde kunstenares, legt de focus in haar schilderijen vaak op gemarginaliseerde groepen. Voor haar werk doet ze uitvoerig bronnenonderzoek in haar geboorteland, maar ze kijkt ook naar onder andere West-Afrikaanse en Caribische culturen. Hoewel ze nog maar 35 jaar oud is, werd haar werk in 2012 al aangeschaft door koningin Beatrix en had ze in 2019 met Spirits of the Soil een solo-expositie in het Stedelijk Museum. 

Panorama eindigt op dezelfde manier als het begon: met een groepsportret. Sterker nog, het werk van Adriaen Backer, die de regentessen van het Burgerweeshuis portretteerde, en dat van Raquel van Haver, zijn ongeveer even groot en geven beide een weergave van de weldoeners van Amsterdam, in hun eigen tijd. Daar houden de gelijkenissen echter op. Van de hoeveelheid olieverf die Van Haver gebruikt om zwarte, Amsterdamse activisten, studenten en kunstenaars, die het onderwerp van haar werk zijn, af te beelden, had Adriaen Backer ongeveer tachtig regenten kunnen schilderen, zo dik ligt het erop. 

Verf is overigens niet het enige materiaal dat Van Haver gebruikt. Losgescheurde pagina’s, plukken haar en juten zakken zijn allemaal onderdeel van haar palet en zorgen samen voor een geheel dat een gigantische hoeveelheid zelfvertrouwen uitstraalt. Het werk lijkt daarmee niet alleen een knipoog, maar ook een sneer naar het verleden te zijn. Want de onderwerpen van haar portret zijn, in tegenstelling tot de regentessen van het Burgerweeshuis, mensen die niet uit eigenbelang handelen. Ook komen zij niet uit een positie van macht, maar juist uit een positie van onderdrukking. Sommige van hun voorouders zullen zelfs geleden hebben onder de machtslust van de partners van hun overbuurvrouwen, geschilderd door Backer. Het enigszins ongemakkelijke feit dat zij zich nu samen in een expositieruimte bevinden, is juist de kracht van deze tentoonstelling. Het kleurrijke spektakelstuk van Raquel van Haver is daarmee de perfecte afsluiter voor een panoramabeeld op de geschiedenis van onze stad. Een geschiedenis die niet wordt verzwegen, maar wel degelijk bekritiseerd. 

Plaats een reactie