De droom van isolatie

Tekst door Dieuke Kingma, beeld door Winnoah van den Bosch

Wat gebeurt er als je je terugtrekt uit de maatschappij en in plaats daarvan het platteland intrekt? Met Weken maanden jaren (2023) schetst Sara Baume een portret van een leven tegen de stroom in. 

Toen ik twee jaar geleden in een huisje op Texel zat, fantaseerde ik over een leven op het eiland. Het was winter toen, dus de bomen waren kaal en het weer was guur. Toch kon ik er de romantiek wel van inzien: ik dronk stevige koppen koffie, luisterde naar een cd van Dire Straits en navigeerde over het eiland met een grote papieren kaart. 

De stad is voorlopig nog te interessant voor mij, maar lezen over mensen die het wél doen is bijna net zo goed als zelf verhuizen naar een afgelegen eiland waar het veel regent en ik de dagen kan doorbrengen op de bank met een dikke kat op mijn schoot. 

Het boek Weken maanden jaren van de Ierse schrijfster Sara Baume nam mij mee naar een klein wit huis op het Ierse platteland. De hoofdpersonages, Bell en Sigh, verhuizen naar deze afgelegen plek en 248 pagina’s lang volg je hun levens en de seizoenen van hun nieuwe thuis. Ze verbreken het contact met hun families, verven het beschimmelde badkamerplafond wit en lopen elke dag hetzelfde rondje, samen met hun twee honden Pip en Vos. Achter hun huis ligt een grote berg, die ze zich elk jaar voornemen te beklimmen. Toch lijkt het ze steeds maar niet te lukken. 

Dit is een boek dat je het best kunt lezen als je op Texel in een huisje ligt te vertoeven tijdens een storm. Er gebeurt weinig spannends, er is geen duidelijke spanningsopbouw of climax en het geheel doet af en toe wat saai aan. Het boek heeft daarnaast iets grimmigs en donkers. Naarmate Bell en Sigh vergroeien met hun huis, vergroeien ze ook met de natuur en worden ze er zelf almaar duidelijker onderdeel van. Het huis takelt af, de honden worden ouder en alles lijkt erop te wijzen dat ook Bell en Sigh langzaam in de dikke kleibodem zullen verdwijnen. 

Ondanks de traagheid en afstandelijkheid van het boek, is de thematiek intrigerend en blijven de personages het hele boek lang fascineren. De schrijfstijl is poëtisch, traag en zonder dialogen, en neemt je mee in het leefritme van de hoofdpersonages. Baume kan fantastisch beeldend schrijven en brengt de essentie van wat ze beschrijft met veel gevoel over op de lezer. Zo beschrijft ze met levendige details hoe Vos de koeienvlaaien met ‘romige vullingen’ op de weg ‘opslobberde’ en hoe de ‘rubberen keel’ van hun kruik ‘scheurde en doodbloedde’ op de kussens van de bank. 

De steeds veranderende natuur is in dit boek niet enkel de context, maar ook een belangrijk hoofdpersonage van het verhaal. Weken maanden jaren confronteert de lezer met de schoon- en strengheid van de natuur en zet aan tot reflectie. Het is een menselijk, maar soms ook vervreemdend boek vol betoverende omschrijvingen van Bell, Sigh en hun kleine leven naast de grote berg. 

Plaats een reactie