De Nederlandse taal: vroeger, nu en straks

Tekst door Dominique Seelen, beeld door Bert Slenders

Per dag gebruiken we gemiddeld zo’n 16.000 woorden. Steeds ontstaan, veranderen en verdwijnen ze. Toch zijn we ons niet echt bewust van deze veranderingen. Want welke woorden van de taal zijn eigenlijk al verdwenen? Waar komen hedendaagse uitspraken vandaan? En met welke woorden drukken we ons straks uit? Bij dezen een kort inzicht in het pad van de taal. 

Die goede oude tijd 

Het komen en gaan van woorden is een bekend fenomeen. Vaak hoor je mensen klagen over het hedendaagse taalgebruik van jongeren. ‘De taal die zij spreken is toch geen Nederlands meer?!’, hoor ik mijn docente Nederlands van de middelbare school nog zeggen. Behalve dat er steeds meer Engelse woorden en afkortingen bij komen, zijn er ook Nederlandse woorden die verdwijnen, omdat ze simpelweg niet meer gebruikt worden. Eigenlijk is dat zonde, omdat er op deze manier best wel wat leuke of grappige woorden verloren zijn gegaan. Wat dacht je bijvoorbeeld van: ‘Hou me niet voor de gek, ik hou niet van die achterkousigheid!’ ‘Achterkousigheid’ werd gebruikt als synoniem voor onoprechtheid. Of wanneer iemand vroeger opgroeide in een gezin waarin moeder de baas was,  was er sprake van een ‘pantoffelregiment’ bij diegene thuis. En wanneer een oude man er iets te veel ‘gezellige vriendinnen’ op nahield, dan noemde je hem een ‘Suzannaboef’. 

‘Hou me niet voor de gek, ik hou niet van die achterkousigheid!’

Sommige mensen kunnen deze woorden nog steeds zó waarderen, dat er een heus verdwijnwoordenboek is geschreven. Maar voordat we het verleden weer naar het heden brengen, welke woorden hebben we nu eigenlijk, en waar komen die vandaan? 

Het Nederlands van nu

Ons hedendaags Nederlands bevat veel leenwoorden. De drie talen die onze taal het meest hebben geïnfiltreerd zijn het Frans, Duits en Engels. Toch blijken woorden uit verdere uithoeken van de wereld zich ook een pad gebaand te hebben naar het Nederlands. 

Neem bijvoorbeeld het woord ‘schaakmat’. Dit stamt af van het Perzische woord sjah (koning) en het Arabische woord mât (hij is dood). De letterlijke vertaling is dus ‘de koning is dood’. Als de koning in het schaakspel geen kant meer op kan en dus verslagen is, vertaalt dat zich in het woord schaakmat letterlijk als de dood van de koning. Een ander voorbeeld is het woord ‘piekeren’. Dit leek mij altijd een erg Hollands woord, maar schijn bedriegt! Piekeren is afkomstig van het Maleise pikr (overleg of overdenking) wat weer afkomstig is van het Arabische woord fikr (het denken). 

Deze overname van bepaalde woorden uit andere talen heeft onder andere te maken met ons koloniale verleden. Tijdens de tochten van de VOC werden woorden en uitspraken uit koloniën vervormd en overgenomen in de Nederlandse taal. In het Maleis spreken ze bijvoorbeeld van geladak (zwerfhond) en gladag (verkorting van djaran gladag’, dat ‘lastpaard’ betekent). De Nederlandse zeevaarders namen dit woord over als ‘gla-dakker’. Bij thuiskomst vermengde ‘gla-dakker’ zich met het al bestaande ‘gladjanus’. Zo ontstond het nieuwe woord ‘gladjakker’. Een hele ontwikkeling voor zo’n beledigend woord!

Hoewel ik hier vooral spreek over de Nederlandse taal die veranderd is door woorden uit andere landen, moeten we niet vergeten dat het Nederlands zelf ook een bron is voor verandering in andere talen. In de uitleenwoordenbank van het Meertens Instituut staan enorme lijsten van Nederlandse woorden die geïmporteerd zijn door andere landen. Zo blijkt dat het Russisch veel Nederlandse scheepvaarttermen heeft overgenomen, en in Japan worden veel Nederlandse wetenschapstermen gebruikt. Maar behalve woorden uit een bepaald jargon, hebben meer basale woorden uit het Nederlands zich ook verspreid. Het woord ‘duin’ is bijvoorbeeld de basis voor het Noorse dyne, het Deens dyne, het Franse dune en het Zweedse dyn

Talige veranderingen

De ontwikkeling van een taal kent verschillende vormen van verandering. De meest voorkomende verandering is een zogenoemde lexicale ontwikkeling. Hierbij ontstaan nieuwe (samenstellingen van) woorden. Een voorbeeld hiervan is ‘boerkini’ (samenstelling van boerka en bikini). Een andere ontwikkeling is op morfologisch gebied,  wat de manier betreft waarop woordvormen gebruikt worden. We gebruiken bijvoorbeeld steeds minder het achtervoegsel -egge (bijvoorbeeld ‘dievegge’), terwijl -ster (zwemster) en -in (boerin) steeds populairder worden. Semantisch gezien kan de betekenis van woorden veranderen. Zo werd vroeger met ‘praliné’ een gesuikerde amandel bedoeld, terwijl we hier tegenwoordig bonbons mee aanduiden. En de grammaticale regels die bepalen welke volgorde van woorden we gebruiken voor de opbouw van een zin, de syntactische regels, zijn ook een bron van verandering. In de Middeleeuwen zeiden we: ‘Hi sat ende at.’ Nu zeggen we: ‘Hij zat te eten.’ 

Zoals kolonisatie en arbeidsmigratie vroeger de oorzaak waren van talige ontwikkelingen, draait deze tegenwoordig om de rol van sociale media. Woorden uit allerlei talen zijn nu supereenvoudig te lezen of te horen in filmpjes of foto’s, en hebben daardoor een grotere kans een plek te krijgen in onze taal. 

Hoe de taal zijn pad vervolgt

Al deze talige veranderingen lijken allemaal ‘gewoon’ te gebeuren, alsof we geen invloed hebben op het pad dat de taal aflegt. Maar dat is niet helemaal waar. Elk jaar wordt namelijk ‘Het Woord van het Jaar’ in de Van Dale opgenomen. Dit woord drukt iets belangrijks of kenmerkends uit van dat specifieke jaar. Hoewel dit een kleine toevoeging is, biedt het wel een kans om toch een beetje invloed uit te oefenen op hoe het Nederlands zich ontwikkelt. 

Al deze talige veranderingen lijken allemaal ‘gewoon’ te gebeuren, alsof we geen invloed hebben op het pad dat de taal aflegt

Ook dit jaar wordt er weer een nieuw woord opgenomen. Tot en met 4 december 2023 kan iedereen (ook jij!) een woord inzenden dat officieel zou moeten behoren tot de Nederlandse taal. De Van Dale kiest uit alle ingezonden woorden een top tien. Vanaf 5 december mag iedereen vervolgens stemmen op zijn favoriete woord. Aarzel dus niet en doe mee! Zo kunnen we met z’n allen een steentje bijdragen aan de ontwikkeling van onze taal.

Plaats een reactie