Tekst door Phoebe Meekel, beeld door Lesine Möricke
Vaak word ik verbeterd door mijn vader wanneer ik aan het praten ben. Ik mag geen ‘uitprinten’ zeggen, want het is ‘uitdraaien’ of ‘printen’ en oh wee oh wee als ik ‘overnieuw’ in plaats van ‘opnieuw’ of ‘overdoen’ zeg. Toch heeft de contaminatie ‘overnieuw’ een plaats weten te bemachtigen in de Dikke van Dale. Is het terecht dat papa mijn Nederlands verbetert?
De taal verandert constant en dit gebeurt met name door de fouten die wij maken tijdens het schrijven en spreken. Deze fouten worden overgenomen door anderen en uiteindelijk worden ze opgenomen in de taal. En misschien wekken deze fouten wel een irritatie bij mij op, maar toch ben ik van mening dat dit niet zorgelijk is. Wanneer iemand ‘overnieuw’ of ‘uitprinten’ zegt, snap ik namelijk wat diegene bedoelt. Iemand begrijpen is toch wel de belangrijkste functie van taal, denk ik. Je zou het niet geloven, maar zelfs wanneer iemand ‘beter als’ in plaats van ‘beter dan’ zegt, volg ik het gesprek nog!
Een boek waardoor de verandering van taal overduidelijk merkbaar is, is het boek Van den vos Reynaerde van Willem die Madocke maecte (ca. uitgegeven tussen 1257 en 1271). Ik vind dit niet prettig lezen en ik begrijp ook vele stukken niet. Dit komt puur doordat het Middelnederlands ver afstaat van het Nederlands dat wij heden ten dage spreken. Stel je voor dat die Madocke door een tijdmachine ineens belandt in de tijd dat papa nog tiener was (zo’n 45 jaar terug) en meedoet aan het vak Nederlands. Madocke zou zich een hoedje schrikken van het Nederlands dat toen gebruikt werd en papa dus als correct acht. Ik denk dat de mening over taal een sterk verband heeft met de tijd waarin iemand is opgegroeid.
Iemand begrijpen is toch wel de belangrijkste functie van taal, denk ik
Dat de taal verandert, is volgens papa niet slecht, maar naar zijn mening gaat deze verandering nu sneller dan voorheen. Hij verbaast zich erover dat de jongeren aan wie hij les geeft niet eens weten wat een ‘ratjetoe’ is. Papa vindt dat het Nederlands een mooie taal is en hij vindt het zonde dat deze verwaarloosd wordt. Onder andere door de vervanging van Nederlandse woorden door Engelse. Zelf maakt hij zich er ook schuldig aan: “Ik gebruikte laatst het woord ‘feedback’. Nee, het is gewoon ‘terugkoppeling’!”
Maar waar ligt de grens? Hoewel er woorden worden toegevoegd aan ons vocabulaire zoals ‘slay’ of ‘no cap’ door sociale media als TikTok, verliezen we er ook veel. Dit komt niet alleen door de vervanging van Nederlandse woorden door Engelse. De woordenschat van jongeren in Nederland gaat namelijk achteruit en dit zie ik wél als een zorgelijke ontwikkeling. Zo blijkt uit de internationale PISA-studie (Programma for International Student Assessment) naar leerprestaties dat het percentage leerlingen dat het risico loopt om laaggeletterd te worden tussen 2015 en 2018 opgelopen is van 18 naar 24 procent. Deze verandering komt onder andere door sociale media die ons leren om korte teksten te lezen, maar ons niet leren om een tekst ‘diep’ (het geconcentreerd lezen van langere teksten) te lezen. Dit is een probleem, aangezien de jeugd hierdoor minder functioneert op school, maar óók in de samenleving. Zo heeft Hannah Mulder onderzoek gedaan naar de rol van taal bij het begrijpen van anderen. Hieruit komt voort dat het inlevingsvermogen niet alleen een rol speelt bij de ontwikkeling van taal, maar taal ook een rol in de ontwikkeling van inlevingsvermogen heeft. Het leren van een taal is niet alleen belangrijk voor een kind om zichzelf uit te drukken, ook zijn sociale ontwikkeling is erbij gebaat! Dus heeft de achteruitgang van onze woordenschat grote implicaties voor de manier hoe wij met elkaar omgaan? Ik heb helaas geen tijdmachine zoals die Madocke, dus een zeker antwoord op deze vraag heb ik niet. Toch denk ik dat er nu nog meer reden is om onze taalverarming tegen te gaan.
Dus is het terecht dat papa mij verbetert? Of dat is weet ik niet, maar ik waardeer het soms wel. Je wordt immers afgerekend bij het vak Nederlands wanneer je ‘beter als’ in plaats van ‘beter dan’ zegt bij een vergrotende trap. En wees nou even eerlijk, het klinkt ook gewoon heel naar, toch? Hoe dan ook is de verandering van taal iets wat ‘out of our hands’ ligt (of moet ik zeggen: buiten onze macht?). Veel meer dan accepteren kunnen we niet. Echter, dat de taalvaardigheid van jongeren achteruitgaat is niet een goede zaak en hier moet iets aan gedaan worden. Lezen moet weer een leuke bezigheid zijn! We willen elkaar immers wel begrijpen in de toekomst, toch?
