Tekst /// Rinke van der Veen Beeld /// Alicia Koch
Waar denk je aan bij de mooiste plekken in Amsterdam? Terwijl de een zich iets van vroeger herinnert, zal de ander een plek in het Amsterdam van nu te binnen schieten. Schoonheid is iets tijdelijks en voortdurend aan verandering onderhevig. De mooiste plekken kunnen zo verdwijnen en achterblijven als een herinnering aan wat ooit heeft bestaan. Om de schoonheid van deze verloren plekken te herdenken, vroeg ik verschillende mensen naar hun herinneringen aan de mooiste niet langer bestaande plek in Amsterdam. Een ode aan die schoonheid die ooit is geweest.
Rosemarie (22)
In september 2017 begon ik aan mijn eerste hbo-studie en eind oktober had ik al besloten dat die niet voor mij was. Ik was 16 jaar oud en had nog ruim 10 maanden om een andere studie uit te kiezen. Mijn dagen vulde ik met cateringwerk, ochtend-uitstapjes naar het centrum vanuit Amsterdam-Zuidoost en museumbezoeken. Het centrum was in de ochtend nog vrij rustig, zo ook mijn favoriete plekje. Het Amsterdam Museum bevond zich toen nog aan de Kalverstraat, inmiddels is het verhuisd naar de Amstel. Achterin was een klein hofje omringd door het voormalige Burgerweeshuis. Elke zijde had kleine bankjes aan de gevel. De drukte van de Kalverstraat was niet merkbaar. Er kwamen niet veel mensen, behalve af en toe een kleine groep toeristen met gids. Ik maakte hier dan ook graag een tussenstop. Het hofje was vrij toegankelijk, kalm en bood een fijne plek in de zon om even te zitten of te lezen en dit is waarom het voor mij ook zo mooi was.
Stijn (23)
Als ik aan mijn ouders of vrienden van mijn ouders vroeg naar het Amsterdamse uitgaansleven in hun studententijd, dan kwam één club altijd terug: Club iT. Club iT, die in 2004 haar deuren sloot, was dé plek waar mensen zichzelf konden uiten. In iT was niks te gek en de meest wilde verhalen gingen rond over alles wat binnen de deuren plaatsvond. Iedereen die gezien wilde worden, was er te vinden. De diversiteit in de club was representatief voor de toenemende diversiteit in de stad. Daarmee werd iT onlosmakelijk verbonden aan Amsterdam. Inmiddels huisvest club AIR zich op de grond waar ooit iT stond, wat ook karakteriseert hoe het uitgaansleven in Amsterdam wordt doorgegeven aan de volgende generaties, waardoor de lichten van iT nooit helemaal gedoofd zullen zijn.
Franz (83)
In de jaren 50 ben ik regelmatig met mijn ouders op zondag in de lunchroom Heck op het Rembrandtplein geweest om niet alleen te genieten van het bijzondere eten doch vooral ook van de muziekoptredens van populaire orkesten zoals: Malando van Arie Maasland; The Ramblers; Het Zuid-Amerikaans orkest van Ger van Leeuwen. De bezoeken aan Heck waren voor mijn ouders, mijn broer en mij bijzonder, omdat dit voor ons als eenvoudige mensen uit een zogenoemde arbeidersbuurt echt een uitje was.
Tijdens mijn schooltijd van 1952 tot 1956 kwam ik soms op het Thorbeckeplein in Cave Toulouse Lautrec waar ik kwam om te discussiëren over levensvragen en tijdens mijn militaire diensttijd van 1959 tot 1961 was ik regelmatig in het jazzcafé de Phonobar op de hoek van het Thorbeckeplein en de Herengracht om te genieten van jazzmuziek, waarbij men zijn eigen grammofoonplaten kon meebrengen. Zo zorgde de Phonobar voornamelijk voor een welkome afleiding.
Ron (55)
Het gebouw van de toenmalige dr. Albert Schweitzerschool aan het Javaplantsoen nummer 9 in Amsterdam-Oost. In mijn ogen een mooi en statig gebouw. Ik zat daar op de lagere school van 1973 tot 1979. Inmiddels is de school gesloopt en vervangen door een modern appartementencomplex. Ik vind het jammer dat zo’n mooi schoolgebouw is gesloopt. Enerzijds, omdat tijdens een nostalgisch fietstochtje door de Indische Buurt een plek ontbreekt waar ik een groot deel van mijn jeugd heb doorgebracht. Anderzijds, omdat ik het idee heb dat dit soort statige schoolgebouwen niet meer worden gebouwd. Ik heb het gevoel dat schoolgebouwen tegenwoordig vooral functioneel moeten zijn: grote betonnen kubussen waarin zoveel mogelijk leerlingen moeten worden gehuisvest. Ik vraag me af of je als leerling geïnspireerd wordt door zo’n betonnen kolos. Ik moet er wel bij zeggen dat ik me waarschijnlijk vroeger ook niet zo druk maakte om het gebouw waarin ik onderwijs kreeg: dat besef komt pas later.
