Tekst /// Dieuke Kingma Beeld /// Romy Veeken
Instrumenten zijn sexy. Het zwoele van de saxofoon, het krachtige van een drumstel, het zingende van de viool; ik zal eerlijk zijn, ik heb een zwak voor muzikaliteit. Voor de triangel, daarentegen, geldt dat (voor mij) niet. Ik vind de triangel suf, saai en vreemd en associeer triangelspelers met het soort mensen dat in de groep 8-musical een boom speelt. Maar is dat terecht? Zit er misschien meer achter? Wat is het verhaal van de triangel?
Mijn onderzoek naar de triangel brengt me in de eerste plaats naar hele droge feiten. De klassieke triangel valt onder de percussie-instrumenten, is gemaakt van metaal en heeft (ja echt!) een driehoekige vorm. Je houdt het driehoekje met een nylondraadje omhoog en door zachtjes met een metalen staafje op de onderste balk te slaan, krijg je het welbekende hoge geluid van de triangel.
De triangel klinkt sneeuwklokjesachtig, dromerig en warm. Mijn ouders springen bij het woord ‘triangel’ meteen op en noemen componisten als Mahler, Jenkins en Orff. In hun muziek speelt de triangel zo ongeveer de hoofdrol en een tel te laat of te vroeg is desastreus voor het stuk.
In Europa leerden we de triangel kennen in de loop van de veertiende eeuw. Hij kwam overwaaien uit Turkije, waar de triangel klonk in Janitsarenmuziek. De Janitsaren waren ‘nieuwe soldaten’, die in het Ottomaanse tijdperk onderdeel uitmaakten van een elitekorps. Deze militairen kwamen voornamelijk uit de Balkan en waren van het christendom bekeerd naar de islam. Volgens velen waren deze soldaten om die reden loyaler aan de sultan dan ‘gewone’ soldaten. Janitsarenmuziek was in de mode in het achtiende-eeuwse Europa, specifiek in Oostenrijk. Europese componisten schreven muziek ‘in de Turkse stijl’, een van de bekendste riedeltjes is de Rondo Alla Turca van Mozart.
Ik dwaal af, excuses. De triangel dus. In een NPR-artikel lees ik over Eric Hopkins, hij noemt zichzelf een professioneel triangelspeler (hoe heet zo iemand eigenlijk, een triangelist?). ‘De triangel is zo’n simpel instrument dat het niet eens een eigen naam heeft gekregen’, stelt hij. Hopkins schreef een eerder artikel met daarin zeventien tips voor het bespelen van de triangel. Zo vroeg hij de lezer bijvoorbeeld eerst te kiezen welke triangel ze willen bespelen. Eentje met een scherpe klank, of misschien iets subtielers? En wat voor stokje? Roestvrij staal, koper, zwaar of licht? Oefen met de pauzes, probeer iets zachter te spelen en probeer eens drie keer achter elkaar hetzelfde geluid te produceren. En het belangrijkste: ‘don’t mess up!’
Tot mijn grote verbazing hoor ik nuance in de klank, scherpte en galm
In een radiofragment vraagt dezelfde Eric de host om triangel te spelen; eerst een enkele slag op de onderste zijde, dan sneller en tot slot een slag in combinatie met de linkerzijde van de triangel. Tot mijn grote verbazing hoor ik nuance in de klank, scherpte en galm.
Een Braziliaanse jongen met donkere ogen en een statische glimlach begroet me via mijn scherm. In deze video gaat hij me leren om de triangel te bespelen in de stijl van xote-, baião-, forró– en xaxadomuziek. Hij heeft het over open en gesloten noten, verschillende tempo’s en de groove van de triangel. Mijn algoritme brengt me naar een andere videoclip. Daarin zie ik een bont muziekgezelschap optreden onder leiding van ene Luiz Gonzaga. Ik zie vier accordeons, een bassist, een man met een piratenhoed en cape op en tot slot, je gaat het niet geloven, een triangelist. En verdomme, ik heb nog nooit zo’n groovy triangel gehoord.
Hij heeft het over open en gesloten noten, verschillende tempo’s en de groove van de triangel
Ik was sceptisch, maar de triangel blijkt toch een verhaal te hebben – meerdere zelfs. Hij bracht me van Mahler naar het Ottomaanse Rijk en van Rondo Alla Turca naar de muziek van Luiz Gonzaga. De triangel kent scherpte, mildheid, nuance en diversiteit. Ofwel, het is toch best een sexy instrument.
