Er was die dag weer eens iets niet in de haak in Berlijn. Een net opgeleverde spoorbrug bleek nu al gebreken te vertonen. ‘Das ist Berlin’, zei de man in het cafe. Hij zette een ironische grijns op en spreidde zijn armen wanhopig de lucht in. De drie woorden waren genoeg om een breed gedragen sentiment te vertolken. Hij bedoelde maar: In Berlijn deugt niets, maar wie naar de stad komt voor de deugd, deugt zelf niet. De hoofdstad strookt niet met de wetten van de logica. Het gevolg: de absurditeit is nooit ver weg.
In 2023 beschrijft de kersverse Duitsland-correspondent van de Volkskrant Remco Andersen hoe hij zich probeert te registreren in Berlijn. Wat volgt is een labyrint aan procedures, stapels papier en vele vergane uren. Zelfs aan het eind, bij de betaling, heeft de bureaucratie van Berlijn nog een tussenstap bedacht. Zoals Andersen schrijft, neemt de ambtenaar in het loket geen geld aan. In plaats daarvan wordt hij doorverwezen naar het gemeentehuis, tweehonderd meter verderop, waar wel geldautomaten staan.
De stad gaat net zoals andere grote steden gebukt onder een enorm woningtekort en te hoge huizenprijzen. Ten zuiden van de wijk Neukölln, heerst een gapend gat, ter grootte van de Amsterdamse grachtengordel en de Jordaan bij elkaar. Ooit was dit een vliegveld, sinds 2010 het megalomane stadspark Tempelhofer Feld. Bebouwen, zou je denken, maar niet als het aan de inwoners ligt. Die wisten per petitie te regelen dat de driehonderd hectare vallei onaangeraakt blijft. In eerste instantie werd deze eis zo serieus genomen, dat zelfs de komst van een toilethuisje uit den boze was.
En als kers op de Berlijnse bureaucratische taart: de gemeenteraadsverkiezingen van 2021. Deze vond plaats op dezelfde dag als de marathon, waardoor wegafsluitingen ervoor zorgden dat een aanzienlijk deel van de kiezers de weg naar het stemhokje niet kon vinden. Daarnaast was er een dusdanig tekort aan stembureaus dat sommige mensen anderhalf uur in de rij stonden. Deze cocktail aan fouten, zoals de NOS het beschreef, zorgde er uiteindelijk voor dat de rechter de verkiezingen ongeldig verklaarde. De stembusgang moest opnieuw.
–
In 2024 dreigde de president van Botswana, Mokgweetsi Masisi, Duitsland twintigduizend olifanten te schenken naar aanleiding van een wet die de import van jachttrofeeën verscherpte. Volgens Masisi was deze wet nadelig voor de lokale bevolking. Twee jaar later is dit dreigement een voldongen feit. Althans in de roman van Gaea Schoeters, Het geschenk. Recensent Bo van Houwelingen stelt dat Schoeters niet voor niets heeft gekozen voor Berlijn als decor van haar boek. Haar vorige boek vond immers gretig aftrek bij onze oosterburen, terwijl het in Nederland veelal onverkocht in de boekhandel bleef liggen. Hoe dan ook is de keuze voor Berlijn verstandig: twintigduizend olifanten in Amsterdam? Te onvoorstelbaar. Wenen? Idem. De enige stad die nog enigszins resoneert met het onwerkelijke: ‘Das ist Berlin.’
In de absurdistische roman staat de sociaaldemocratische kanselier Hans Winkler centraal. Hij moet deze olifantencrisis zien te bestrijden, maar beseft al snel dat hij schaakmat staat. Hoewel de woorden ‘Begrenzen, samendrijven, verdoven, afvoeren’ van de generaal-majoor lekker in de oren klinken, is de realiteit weerbarstiger. Samen laten drijven op het stadspark Tempelhof? Onwenselijk, dan gaan ze met elkaar aan de haal en worden het er alleen maar meer. Afvoeren naar het land van herkomst? Niet mogelijk. De Botswaanse president heeft ze immers ‘geschonken’ zonder bonnetje, onder het mom van: ‘Jullie Europeanen willen ons vertellen hoe we moeten leven. Misschien moeten jullie zelf maar eens proberen hoe het is om met megafauna samen te leven.’ Ook het latere idee om de olifanten af te schieten stuit op een doodlopende weg: olifanten zijn een beschermde diersoort. Ondertussen richten de zware viervoeters een eindeloze reeks aan ravage aan. Auto’s worden verdrukt. Fietsers zijn bij het uitwijken in de rivier de Spree beland en een groep olifanten is een supermarkt binnen gedrongen, ‘alsof er een bom is afgegaan’.
Zoals meerdere recensenten hebben geconstateerd: de parallellen tussen het Het geschenk en de werkelijke wereld zijn niet ver te zoeken. Uiteindelijk zet regeringscommissaris van Olifantenzaken, Hartmann, alles in haar macht om de wilde stroom te beheersen. Het woord avondklok valt, audio-opnamen van bijen worden ingezet om invloed uit te oefenen op de wandelroute van de olifanten, nadat is gebleken dat de dieren reageren op dit geluid, en de olifantenstront wordt door een bedrijf verwerkt tot mest. Maar hoe groot de inspanningen ook zijn om de orde te handhaven, in het Berlijn van Schoeters heeft niet de mens, maar de olifant het laatste woord. Hiermee vertolkt Schoeters een van de grootste angsten van deze tijd. Het vooruitzicht om niet boven de natuur te leven, maar onderhevig, haast onderdeel te worden van de natuur. Dit komt tot een hoogtepunt in de scène waarin Goeters beschrijft hoe olifanten de snelweg op zijn gelopen, met een massale kettingbotsing tot gevolg. Ook in dit geval, staat de realiteit haaks op onze intuïtie. Hulpdiensten kunnen niet ter plaatse komen, omdat dit de olifanten van streek zou maken met mogelijk meer slachtoffers tot gevolg.
Het geschenk doet denken aan de Duits-Amerikaanse filosoof Herbert Marcuse. Hij ontwikkelde zich in de tweede helft van de vorige eeuw als een van de grootste critici van het modern-industriële kapitalisme. Volgens hem had dit alleen maar geleid tot onvrijheid van de mens, die gebukt ging onder verspilling, onderdrukking, armoede en geweld. Marcuse maakte deel uit van de Frankfurter Schule. In tegenstelling tot collega’s zoals Adorno, die bepleitte dat het ‘goede’ leven alleen een afgezonderd leven kon zijn, zag Marcuse de wereld rooskleuriger. Hij putte zijn hoop uit de Kunsten. Volgens hem was deze als enige in staat om een ‘andere’ niet bestaande wereld te vertolken. Een wereld die haaks staat op de kapitalistische wereld en is gevrijwaard van instrumenteel denken en efficiëntie. Kunst leidde volgens Marcuse niet direct tot revoluties, maar was wel de waakvlam om de hoop op een andere wereld in leven te houden. Het geschenk sluit naadloos aan op zijn theorie en laat zien: de olifant is geen crisis, maar juist een zegen. Ze bevorderen de biodiversiteit, de vruchtbaarheid van de landbouw en het herstel van de natuur. Op zijn beurt zorgt dit ervoor dat mensen gelukkiger zullen zijn op termijn. Maar ja, zoals de gezant van Olifantenzaken aan het einde van het boek concludeert, moet je ‘geen steen in de rivier, maar de hele rivier verleggen.’ Leven met de olifant betekent een ingrijpende andere manier van leven.
Orde is de ‘kortste weg naar de macht’, stelt het personage Holger Fuchs vast in Het geschenk. Ook buiten de roman, toen Berlijn na de chaotisch verlopen gemeenteraadsverkiezingen opnieuw moest stemmen, ging dit credo op. Voor het eerst in 21 jaar moest de sociaaldemocratische SPD zijn plek afstaan aan het CDU. Deze conservatieve partij beloofde – zoals Trouw het verwoordde – zich als verstandige ouder ‘puberaal’ Berlijn weer in het gareel te houden. Schijn bedriegt. De stad, met haar florissante types, rooklokalen en 24-uurs cafés, belichaamt nog steeds een markante plek op aarde. Alhoewel er geen twintigduizend olifanten rondlopen, laat Berlijn ook zien: niet deugen is ook deugdvol.
Tekst Noam Grünfeld, beeld Piet van Duijn Ferreira
