De spiegel van Miyazaki

Voor wie net als ik is opgegroeid met de films van Hayao Miyazaki, roept het horen van zijn naam − of die van Studio Ghibli − direct bepaalde beelden op: de wonderlijke onderwaterwereld van Ponyo, de glooiende heuvels van Howl’s Moving Castle, de betoverende bossen van Princess Mononoke. De natuur is in de films van Miyazaki steevast het decor. Maar, zoals de documentaire Miyazaki: Spirit of Nature (2024, regie Léo Favier) laat zien, achter die prachtige landschappen gaan vaak gelaagde ideeën over de wereld en de maatschappij schuil. De natuur is daarmee nooit alleen achtergrond, maar altijd in de hoofdrol – essentieel voor wat een Miyazaki-film een Miyazaki-film maakt.

Als Hayao Miyazaki tekent, is het onmogelijk om je ogen van hem los te maken. Natuurlijk kent iedereen die zijn films heeft gezien de magie van zijn werelden en personages, maar als je hem in Miyazaki: Spirit of Nature in archiefmateriaal aan het werk ziet – voorovergebogen over zijn bureau terwijl hij met enkele trefzekere lijnen een scène neerzet, ondertussen voortdurend heen en weer bladerend tussen verschillende tekeningen om beweging te creëren – krijg je het gevoel dat ook hier iemand aan het toveren is.

Maar net als in zijn films sluimeren er onder die magie grotere thema’s, onderwerpen die allesbehalve sprookjesachtig zijn. Het is die diepere laag die centraal staat in Spirit of Nature, een documentaire die onderzoekt welke ideeën over de wereld er ten grondslag liggen aan de films van Miyazaki. Want hoewel die aan de oppervlakte idyllische avonturen lijken, kinderfilms over verwondering en fantasie, bevinden zich achter die sprankelende buitenkant vaak serieuze, soms zelfs pessimistische thema’s. Miyazaki zegt het zelf in een fragment uit de periode dat hij aan Princess Mononoke werkte, in de jaren 90: ‘I begin to hear of Ghibli as “sweet” or “healing”, and I get an urge to destroy it.

Die tweestrijd, zowel in Miyazaki zelf als in zijn films, wordt onderzocht in Spirit of Nature. Om dat te doen richt de documentaire zich in de eerste plaats op het leven en de loopbaan van Miyazaki. Zijn jeugd in Japan tijdens en na de Tweede Wereldoorlog komen aan bod, de ziekte van zijn moeder, en ook zijn carrière, die lange tijd helemaal niet zo succesvol was en bol stond van onzekerheden en omwegen.

Het voelt soms een beetje als verplichte kost, maar voor de documentaire is het wel van toegevoegde waarde. In de schets die van Miyazaki en zijn wereldbeeld wordt neergezet herken je namelijk direct motieven uit zijn films: zorgen over oorlog, milieuvervuiling, consumentisme. De filmmakers laten een man zien die ons met zijn films een spiegel probeert voor te houden, die de duisterste kanten van mensen onder ogen ziet en diep pessimistisch kan zijn over waar de mensheid toe in staat is. Het is een aspect van zijn films dat ik zelf als kind vaak al zag − de oorlogsscène uit Howl’s Moving Castle waarin Howl in het holst van de nacht tussen vlammen en vallende bommen zigzagt is me altijd bijgebleven − maar pas op latere leeftijd echt begreep. Spirit of Nature laat zien dat Miyazaki’s films door de aanwezigheid van deze thema’s geworteld zijn in de realiteit, ondanks hun fantasierijke uiterlijk. Ze gaan over ons als mensheid, over de dingen die we elkaar en de wereld aandoen, en welke gevolgen dat heeft. 

Tegelijkertijd is er sprake van een wisselwerking tussen verbittering en verwondering, tussen een wereld zien die kapotgaat, maar desondanks prachtig en bemoedigend kan zijn. Miyazaki’s films bieden immers ook houvast in de kleine dingen: een warm kopje thee tijdens een stormachtige avond, een heerlijk ontbijt terwijl er buiten een oorlog woedt. Ook al wilde Miyazaki zich hier blijkbaar tegen afzetten, de “sweet” en “healing” eigenschappen van zijn films zijn dus wel essentieel. Ponyo, één van mijn lievelingsfilms, gaat over een Japans dorpje dat in een woelige nacht bijna volledig overstroomt, maar net zo belangrijk is de vertederende vriendschap tussen het vismeisje Ponyo en het jongetje Sosuke. Het zijn juist de lichtpuntjes die zorgen voor dat welbekende Studio Ghibli-gevoel, een gevoel van warmte, comfort, en tevredenheid, vaak midden in een wereld die met iedere stap onder je voeten lijkt te verschuiven. De lichte en donkere kanten van zijn werk versterken elkaar, en dat is waarschijnlijk een belangrijke reden waarom zijn films zo geliefd zijn. 

In het onderzoeken van deze spanning is de rode draad van Spirit of Nature, zoals de titel suggereert, de natuur. Iedereen die de films van Miyazaki heeft gezien is zich bewust van de rol van de natuur in zijn films, en kan zich de landschappen en levendige kleuren voor de geest halen. Maar ook hier staan de fraaie plaatjes soms haaks op de visie die erachter schuilt: de verwoesting van de natuur door de mensheid is voor Miyazaki namelijk een grote bron van zorgen en een centraal thema in zijn werk. De overstroming in Ponyo is hiervan een voorbeeld, maar denk ook aan de vergiftigde wereld uit Nausicaä of the Valley of the Wind, of de dieren die in Princess Mononoke met geweren en granaten worden vermoord. De scènes over de rol van de natuur zijn het sterkste aspect van de documentaire, mede dankzij een breed scala aan interviews: er komen mensen voorbij die met Miyazaki hebben gewerkt, regisseurs en producenten, maar ook een bioloog, een antropoloog, en een ecoloog. Daardoor kunnen de films van Miyazaki verbonden worden aan grotere thema’s, zoals klimaatverandering, het kapitalisme of het animisme.

Spirit of Nature weet zo een narratief te creëren dat Miyazaki’s werk niet alleen bespreekt, maar ook in een breder perspectief plaatst. Daardoor biedt de documentaire een visie op Miyazaki’s werk die daadwerkelijk als een verrijking voelt. De filmmakers moeten hiervoor wel veel verschillende verhaallijnen met elkaar verweven − Miyazaki als persoon, zijn loopbaan, de natuur, zijn films − en de vele balletjes die worden opgegooid komen bij de conclusie van de documentaire niet allemaal goed terecht. Het einde is vrij abrupt: een doek dat plotseling zwart wordt zonder het gevoel van een verhaal dat is afgesloten. De verschillende verhaallijnen, die eerder zo goed waren opgezet, blijven daardoor een beetje bungelen in het niets.
Toch kan het ietwat onbevredigende einde niet afdoen aan alles wat eraan voorafging. De diversiteit aan invalshoeken biedt namelijk meer dan genoeg aanknopingspunten om lange tijd op te kunnen kauwen. De lens van de documentaire legt nieuwe dimensies van Miyazaki’s werk bloot, en terwijl de interviews en voice-overs worden afgewisseld met fragmenten uit Miyazaki’s films, is het alsof je die voor de eerste keer ziet. Al het moois in zijn films, zowel de duistere als de hoopvolle kanten, ga je hierdoor extra waarderen. Daarmee biedt de documentaire genoeg inzichten om een zoveelste rewatch van Miyazaki’s werk te rechtvaardigen. In zijn films kun je elke keer weer iets nieuws ontdekken, en daardoor kun je ze eindeloos opnieuw blijven kijken.

Tekst Jiske Benedictus, beeld Winonah van den Bosch

Plaats een reactie