‘Het is een gewoon leven, maar ook niet, want er is voortdurend gevaar’

Afgelopen zomer waren alle ogen gericht op de Verenigde Staten, waar Donald Trump zijn belofte om de oorlog in Oekraïne te beëindigen eindelijk in leek te willen lossen: met veel bombarie ontving hij eerst Vladimir Poetin in Alaska, en toen Volodymyr Zelensky en een delegatie Europese zwaargewichten in Washington D.C. Voor Viktoriia (22 – ze wil liever niet met haar achternaam worden genoemd), die in het zuiden van Oekraïne woont, was het de zoveelste keer dat een mogelijk einde aan de oorlog in zicht leek te komen – en ook de zoveelste keer dat het toch weer niet gebeurde. Sinds februari 2022 is de oorlog een factor die alles in haar leven kleurt, en voorlopig lijkt daar nog geen verandering in te komen.

In veel opzichten lijken Viktoriia en ik op elkaar. We zijn ongeveer even oud; we houden allebei van katten, boeken lezen en films kijken; en toen ik haar leerde kennen waren we beiden student (al is zij inmiddels afgestudeerd). Ik kwam met haar in contact toen ze een paar maanden in Amsterdam woonde, in het tuinhuisje van de buurman. Samen met een paar van mijn vriendinnen gingen we af en toe wat drinken, een hapje eten, of naar de film. Onze gesprekken waren heel dubbel: het ene moment konden we met elkaar kletsen over onze studie, het volgende vertelde Viktoriia over de situatie in Oekraïne en werden wij stil. We hadden veel met elkaar gemeen, maar we waren niet hetzelfde; we leefden in parallelle werelden. Wij waren op de plek waar we waren opgegroeid, zij was mijlenver van het land waar ze vandaan kwam.

Vóór 24 februari 2022 was dat nog niet het geval; toen bewoonden wij nog dezelfde wereld. Viktoriia zat in het tweede jaar van haar studie wiskunde aan de universiteit van Kyiv. Vanwege de coronapandemie had ze nog maar enkele maanden op de campus les gehad, voordat ze weer terug naar haar huis moest om online verder te studeren. Zo kwam het dat ze weer bij haar ouders woonde in Cherson, een stad in het zuiden van Oekraïne. ‘Ik weet nog goed dat ik op 24 februari een toets had,’ vertelt ze. ‘Ik was heel gestrest, ik had heel veel geblokt. En toen ik wakker werd stond de wereld op zijn kop.’

Die nacht was Rusland het noorden en zuidoosten van Oekraïne binnengevallen. Viktoriia werd ‘s ochtends vroeg wakker van het geluid van helikopters, bommen, de nerveuze stem van haar moeder. Buiten haar raam zag ze rook. Haar vader werkte als brandweerman en zou eigenlijk een vrije dag hebben, maar was vanwege de inval opgeroepen en al de deur uit toen Viktoriia wakker werd. ‘We hadden het allemaal totaal niet aan zien komen,’ vertelt Viktoriia. ‘In die tijd volgde ik de politiek zelf niet zo; het was heel plotseling. We dachten niet dat het zou gebeuren.’

Door de ligging van de stad was het risico op een Russische aanval en overname in Cherson groot. Haar ouders haalden Viktoriia over om de stad te verlaten en met haar nicht mee te gaan, die met haar zoontje van zes op de vlucht sloeg. ‘Eerst wilde ik niet meegaan. Ik maakte me zorgen om mijn ouders, ik wilde bij ze zijn om ze te steunen.’ Toch wisten haar ouders haar te overtuigen, zodat Viktoriia plotseling met haar nicht en achterneefje drie dagen lang in de auto zat – en Oekraïne achter zich liet. Daarmee was ze één van de miljoenen mensen die na de invasie het land ontvluchtten. ‘Bij de grens stond een heel lange rij. We wilden het eerst bij een andere grensovergang proberen, maar daar stond een Russische tank, dus zijn we toch maar bij de eerste in de rij aangesloten. Het voelde heel riskant: er stonden zoveel auto’s, en we wisten allemaal dat de Russen heel makkelijk een raket op ons af konden sturen. Ik was voortdurend aan het rondkijken om een mogelijke schuilplaats te zoeken. In zo’n situatie kom je mentaal op scherp te staan: je wordt overal door getriggerd, je bent je bewust van ieder geluid. Het is heel stressvol.’

Nadat het hen was gelukt om Oekraïne te verlaten verbleef Viktoriia eerst twee maanden in Bulgarije, in de hoop daar verder te kunnen studeren. Toen dat niet lukte reisde ze achter haar nicht aan, die inmiddels een plekje in Nederland had gekregen. Viktoriia woonde eerst een tijdje in Groningen, en kon toen via een hulporganisatie terecht in Amsterdam. ‘Vanaf april startte mijn studie weer. We hadden geen daadwerkelijke colleges waarbij je aanwezig moest zijn, maar opdrachten die we in moesten leveren.’ Ook al was ze inmiddels al maanden weg uit Oekraïne, zo kon ze wel de draad van haar studie weer oppakken. 

Ondertussen onderhield ze zoveel mogelijk contact met haar ouders, die nog in Cherson waren – een stad die tot november 2022 door de Russen werd bezet. ‘We konden online met elkaar in contact blijven, zodat ik wist dat ze nog in leven waren,’ vertelt Viktoriia. Maar voor haar was dat contact niet genoeg: het liefste wilde ze weer terug naar Oekraïne, terug naar haar ouders. ‘Ik vroeg voortdurend wanneer ik terug kon komen, en ze zeiden altijd: “Binnenkort, binnenkort”. Maar wanneer zou “binnenkort” dan daadwerkelijk gebeuren?’ Toen haar moeder haar in de lente van 2023 kwam opzoeken, zag Viktoriia haar kans. ‘Ik zei: “Mam, ik wil terug. Ik ga met je mee.”’

Na meer dan een jaar kwam Viktoriia terug in Oekraïne, waar alles in scherp contrast stond met Nederland – maar ook met het land dat ze zo goed kende en nog maar een jaar geleden had verlaten. ‘In Nederland was het zo vreedzaam, zo stil, en op de eerste dag dat ik weer thuis was hoorde ik direct schoten en explosies,’ herinnert Viktoriia zich. ‘Dat was heel vreemd: dat er twee zo totaal verschillende werelden kunnen bestaan. Het was lastig om terug te komen en alle vernietiging te zien.’

Toch zag Cherson er toen, inmiddels twee jaar geleden, nog beter uit dan nu, eind 2025. ‘Toen was het veel vrediger. Je hoorde wel explosies, maar die waren ver weg. Nu sturen de Russen veel meer drones. Vlak bij Cherson is een dorpje totaal vernietigd, er staat geen enkel gebouw meer overeind. In de stad zelf sturen de Russen drones achter willekeurige auto’s of fietsers aan; het is soms gevaarlijk om naar buiten te gaan. Voor hen is het alsof ze een computerspelletje spelen, maar voor ons is het ons hele leven. Iedere keer dat mijn ouders thuiskomen, zeggen ze dat het gevaarlijker wordt.’

Dat was één van de redenen waarom Viktoriia en haar ouders besloten uit Cherson te vertrekken. In het dorp waar ze nu woont is het rustiger, al horen ze nog steeds regelmatig drones en explosies. Toch moeten haar ouders voor hun werk bijna elke dag terugkeren naar Cherson, en dus naar het gevaar. Met een normale snelheid is het met de auto anderhalf uur rijden, maar Viktoriia’s ouders doen het soms in veertig minuten. ‘De Russen sturen ook drones op de autowegen af,’ vertelt Viktoriia. ‘Mijn ouders moeten heel hard rijden om niet door de drones geraakt te worden.’ Uit voorzorg worden de wegen soms afgesloten door het Oekraïense leger. ‘Dan moet je óf wachten, óf je door de velden verplaatsen – maar dat is ook gevaarlijk, want sinds de bezetting liggen daar mijnen.’

Het beeld dat Viktoriia van haar leven in Oekraïne schetst bestaat zo uit twee totaal verschillende kanten, die soms haaks op elkaar staan: ze werkt, al is het online, ze leest boeken en kijkt films, haar moeder werkt in de tuin en haar vader klust in huis. Tijdens ons gesprek laat ze haar twee katten zien, die graag in de gordijnen klimmen en op de achtergrond af en toe van zich laten horen. Afgelopen zomer was ze zelfs een week op vakantie in het westen van Oekraïne: via WhatsApp stuurde ze foto’s van glooiende bergen onder paarse wolken en velden vol met bloemen. ‘Daar kon je gewoon rustig over straat wandelen, in het park zitten. Daar hoefde je je geen zorgen te maken of bang te zijn.’ 

Maar toen ze thuis kwam schrok ze ‘s nachts weer wakker van luchtalarmen, en iedere dag maakt ze zich zorgen over haar ouders als die weer naar Cherson rijden. Het is zwaar om in voortdurende angst te leven. ‘Mijn moeder slaapt slecht,’ vertelt Viktoriia. ‘Als ze ‘s nachts wakker wordt is het lastig om weer in slaap te vallen, en het nieuws en de stress helpen daar niet bij. Als ‘s nachts het luchtalarm afgaat, zijn we meestal te moe van alles. Soms gaan we gewoon in de gang zitten, wachten tot het alarm stopt, en dan gaan we weer terug naar bed. Het is een gewoon leven, maar ook niet, want er is voortdurend gevaar. Je bent niet zomaar aan het leven, je bent aan het overleven.’ Dat verschil wordt niet door iedereen ervaren, benadrukt Viktoriia. ‘Er worden kinderen tijdens de oorlog geboren voor wie dit het gewone leven is. Zij hebben nooit een leven gekend zonder het geluid van explosies; voor hen is het routine om midden in de nacht wakker te worden en naar een schuilplaats te gaan. Ik herinner me nog het leven vóór de oorlog, maar zij hebben dat niet.’

Toch kiezen Viktoriia en haar ouders er niet voor om de regio van Cherson te verlaten. Door het werk van haar vader als brandweerman moeten ze in de buurt blijven, voor noodgevallen, en bovendien zijn ze gehecht aan de plek. Viktoriia’s ouders zouden nog steeds het liefste hebben dat Viktoriia weer naar een veilige plek gaat, maar Viktoriia wil niet meer weg. ‘Mijn ouders vinden het fijn dat ik er voor ze ben, maar ze gunnen me ook een normaal leven. Natuurlijk wil je niet dat je kinderen dit meemaken, dat snap ik. Maar ik maak me ook zorgen om ze, en ik wil bij ze zijn om ze te kunnen helpen. Deze onenigheid zal dus waarschijnlijk blijven totdat de situatie wat rustiger wordt.’

Of dat op de korte termijn gaat gebeuren is nog maar de vraag. Vanuit Nederland volgen we van veraf de ontwikkelingen aan het front, we lezen in de krant over de ontmoetingen tussen staatshoofden en vragen ons af of het iets teweegbrengt. Ook voor Viktoriia en haar ouders, die er middenin zitten, is het antwoord op die vraag niet duidelijk. ‘Het front is heel groot: op sommige plekken gaat het goed, op sommige plekken niet. Voor ons verandert er relatief weinig. ’ In een situatie die vooralsnog uitzichtloos lijkt, proberen Viktoriia en haar ouders toch de moed erin te houden. ‘We proberen te blijven hopen en positief te blijven,’ zegt ze. Maar soms is dat moeilijk: ‘Als je wakker wordt en ziet dat er weer een gebouw plat is gebombardeerd, en als je mensen onder het puin ziet liggen, is het heel lastig.’ 

En al dat politieke gekonkel, alle uitspraken en beloftes van regeringsleiders en politici? ‘Soms heb je direct door dat er niets gaat gebeuren,’ zegt Viktoriia, ‘maar soms geven politieke ontwikkelingen hoop.’ Al is dat, benadrukt ze meteen, ‘wel valse hoop.’ En zo blijft de parallelle wereld bestaan, tweeduizend kilometer van waar we samen koffie dronken. Wanneer daar verandering in gaat komen? ‘Iedere keer dat er iets gebeurt denk je: misschien dat het nú gaat veranderen, misschien dat het nú beter wordt. En dan ben je aan het wachten, en wachten, en wachten. Het is net als toen ik in Nederland woonde. Toen zeiden mijn ouders ook voortdurend dat ik “binnenkort, binnenkort” terug zou kunnen komen. Maar wanneer dan? Wanneer is het dan binnenkort?’

Tekst Jiske Benedictus, beeld Lesine Möricke

Plaats een reactie