Stilte in Den Haag

Tekst door Dominique Seelen

Als ik het voor het zeggen zou hebben in de Nederlandse politiek, dan zou het er heel anders aan toegaan. Btw op boeken? Weg ermee. Bezuinigingen in het hoger onderwijs? Zou er bij mij niet doorheen komen. Maar goed, ik bepaal dan ook niet waar het over gaat in de Plenaire zaal. Maar wie eigenlijk wel? En hoe wordt bepaald over welke onderwerpen wordt gesproken of gezwegen?

Politiek in Den Haag

Eerst even een korte recap van de politieke structuur van Nederland. Ons parlement bestaat uit de Eerste en de Tweede Kamer. De Tweede Kamer bestaat uit 150 leden, waarvan minimaal 75 leden samen de coalitie vormen. Deze meerderheid wordt gevormd door partijen die ministers mogen leveren en dus deel uitmaken van de regering. De overige partijen die de minderheid vormen, worden de oppositiepartijen genoemd en zijn geen deel van de regering. 

De taak van de Tweede Kamer is het vormen van wetten en toezien op de uitvoering van de taken door het kabinet. De wetsvoorstellen van de Tweede Kamer kunnen pas doorgevoerd worden wanneer ze zijn goedgekeurd door de Eerste Kamer. De 75 leden die hiervan deel uitmaken, hebben de macht de invoering van een wet tegen te houden, maar ze kunnen geen aanpassingen aan de wet voorstellen. Dat kan de Tweede Kamer weer wel.

Middels debatten wordt het werk van ministers en staatssecretarissen gecontroleerd. In deze debatten worden ministers dus ter verantwoording geroepen. Welke ministers op het matje geroepen worden, en welke onderwerpen dus op de agenda verschijnen, is afhankelijk van de Regeling van Werkzaamheden. Dit moment – vaak aan het begin van de vergadering – is wanneer de Kamervoorzitter voorstellen voor debatonderwerpen doet. Vervolgens mogen de woordvoerders van de verschillende partijen naar voren komen om hun steun te betuigen of het verzoek te verwerpen. Als een meerderheid voor is, wordt het onderwerp op de agenda geplaatst. 

Debat voorstel: voor of tegen?

De vraag is nu: wanneer kiezen de woordvoerders van partijen ervoor om de voorgestelde onderwerpen van de Kamervoorzitter wel of niet te steunen? Je zou denken dat dit een puur pragmatische keuze is waarbij je onderwerpen die je als partij relevant vindt, toestemt en andere verwerpt. Maar het gaat verder dan dat. Zoals een woordvoerder van Denk vertelt in De Groene Amsterdammer, is het ook een manier voor de partij om zich publiekelijk te profileren. Door bijvoorbeeld constant een bepaald voorstel te verwerpen, geef je het signaal dat je stellig bent in jouw eigen standpunt op dat gebied. Daarnaast zijn woordvoerders van coalitiepartijen vaak tegen voorstellen van de oppositie, juist omdat de ministers die op het matje geroepen worden, de coalitiepartijen vertegenwoordigen. En een eigen bewindspersoon die zich moet verdedigen, voelt toch wat oncomfortabel. Het politieke spel is dus eigenlijk al begonnen voordat de werkelijke debatten van start gaan. 

Daarnaast blijkt dat de debatvoorstellen vaak worden toegewezen vanwege populariteit in de media. Wanneer bijvoorbeeld het tekort aan leraren veel in het nieuws is geweest, zien partijen die zich graag als pro-onderwijspartij profileren hierin een gouden kans om een debat over deze zaak flink toe te juichen. Dit lijkt een goede zaak: maatschappelijke problematiek die doordringt in het politieke debat. Aan de andere kant is het problematisch voor de kwesties die minder media-aandacht krijgen. Onderwerpen waarover gezwegen wordt, krijgen namelijk geen podium. Er geldt steeds meer: wie het hardst schreeuwt krijgt zijn zin. 

Macht van de debat aanvragers

Naast het toezeggen of verwerpen van debatsvoorstellen hebben de woordvoerders van de partijen ook het recht om zelf onderwerpen in te dienen. Uit onderzoek van de Groene Amsterdammer blijkt dat de PVV vanaf 2008 maar liefst 876 aanvragen heeft gedaan, waarvan er 215 zijn ingewilligd. De PVV is daarmee de tweede partij met de meeste ingewilligde debatvoorstellen. GroenLinks daarentegen heeft 551 debataanvragen, waarvan er maar 184 werden ingewilligd. Door zoveel mogelijk aanvragen in te dienen kun je dus een dominante rol krijgen in het bepalen van de agenda. Dit is dan ook de bewuste strategie van de PVV. Door zoveel mogelijk aanvragen in te dienen – en te herhalen – komt er vanzelf een debatagenda tevoorschijn die aansluit bij de wensen van Wilders. Hierdoor weet de partij haar standpunten onder de aandacht te brengen en zo haar kiezers te overtuigen. 

Dit betekent echter ook dat, met een beperkt aantal debatten per jaar, de toezegging van bepaalde debatten ervoor zorgt dat andere onderwerpen niet aan de orde komen. Zelfs als die onderwerpen zeer relevante problematiek aan de kaak stellen, verdwijnen deze in de steeds groter wordende put der verzwijging. Allemaal omdat partijen er alles aan doen om hun standpunten zo duidelijk mogelijk te presenteren en tijdens de volgende verkiezingen te kunnen genieten van zetelwinst. 

Commissie: safe haven of politieke piraterij?

Daarnaast zijn er ook commissievergaderingen. Waar in de Plenaire vergadering de nadruk ligt op mediagenieke onderwerpen, draait het in de commissievergaderingen vooral om beleidswerk en het bespreken van wetsvoorstellen.Tijdens de vergaderingen gaan de commissieleden met ministers en staatssecretarissen in debat, of vinden er rondetafelgesprekken plaats met burgers.

De commissies bestaan uit leden van de Tweede Kamer. Vrijwel alle Kamerleden maken deel uit van een commissie. Zo is Rob Jetten lid van de commissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport en behoort Jesse Klaver tot de commissie Defensie. De commissie-agenda wordt tijdens de procedurevergadering bepaald. Zoals de naam al aangeeft, wordt tijdens deze vergadering de procedure en werkwijze bepaald. Dit houdt in dat beslissingen worden genomen over de manier waarop vragen en wetsvoorstellen op het gebied van de commissie worden behandeld. 

Ook binnen de commissie kunnen zich frappante politieke situaties voordoen. Neem bijvoorbeeld een kamerlid dat een voorstel doet om over een bepaald onderwerp een debat te houden binnen de commissie. Van de negen aanwezige leden stemmen zes voor en drie tegen. Echter, wanneer na de stemming de vergadering hervat wordt, blijken drie van de zes tegenstanders vertrokken te zijn. De zogenoemde backbenchers hebben de benen genomen. Vanwege de hoofdelijke telling hebben ze, zonder een woord te zeggen, de gehele koers van de commissie overgenomen. Geloof het of niet, dit is waar gebeurd. 

Juist in de taaie en beleidsgerichte vergaderingen van de commissie gaat het om de uitvoering en doorvoering van wetten. Dit lijkt stoffig, maar wanneer bepaalde onderwerpen hier moedwillig van de agenda geveegd worden, wordt het lastig om bepaalde zaken toch voor elkaar te krijgen. 

Macht van het zwijgen

In Den Haag bestaat het toneel dus niet alleen uit schreeuwlelijkerds maar ook uit zwijgende stiekemerds. Het draait niet meer alleen om uitspreken waar je voor staat, maar evengoed om andere politieke spelletjes die in stilte worden gespeeld. En het begint er steeds meer op te lijken dat de kracht van die geruisloze daden sterker is dan alle loze kreten bij elkaar.

Plaats een reactie