Even zeiken over De Libi

Nooit meer slapen is een fijn en leerrijk radioprogramma dat ik niet genoeg kan prijzen. Na middernacht spreekt presentator Pieter van der Wielen een uur lang met een gast uit de Nederlandstalige cultuursector. Op 8 oktober was dat Shady El-Hamus (1988), die de eerste Nederlandse Netflixproductie Forever Rich (2021) heeft geschreven en geregisseerd. Uiteraard kwamen ze ook te spreken over zijn eerdere film De Libi (2019) en de uitglijder die de hoofdrolspeler Bilal Wahib in maart dit jaar maakte.

Tekst /// Lucas Gortemaker Beeld /// Brent de Nef 

Destijds oordeelde ik vrij mild over het veelbekeken filmpje waarin Wahib – nadat hij iemand vies in de maling had genomen – tot vervelens toe de pointe van zijn practical joke uitlegt. Het nietig verklaren van zijn prille artistieke loopbaan op basis van deze flater leek mij een beetje overdreven en ik was vooral blij dat de stommiteiten die ik in mijn leven beging zich aan het publieke oog onttrokken. Naar aanleiding van de radioaflevering met El Hamus en Wahibs recente vrijspraak, ben ik voor het eerst eens in De Libi en de publiciteit daaromtrent gedoken.

De Libi bouwt op naar een scène waarin de Amsterdamse vmbo-scholieren Bilal, Gregg en Kevin op het punt staan de discotheek Jimmy Woo binnen te gaan. Zullen ze binnenkomen? Daaraan voorafgaand hebben ze, terwijl ze spijbelden, van alles beleefd in en rond het centrum van Amsterdam. Aan het begin van de film – tijdens de titelsequentie – gaat een ritje van Bilal en Gregg in een gehandicaptenvoertuig gepaard met raadselachtige uitzinnigheid. Het was vermoedelijk de bedoeling het gekroonde grotestadssprookje vrolijk in te luiden, zodat de protagonisten overkomen als een stelletje levenslustige jonge honden. De neiging tot het overtrokken uitbeelden van jeugdige levenslust kom ik ook veelvuldig tegen in filmstudentenfilms en dat bevalt mij niet zo.

Kennelijk hadden anderen er minder moeite mee: El-Hamus en Jeroen Scholten van Aschat wonnen een Gouden Kalf met hun scenario. Sommige critici waren al net zo uitzinnig als de personages. Zo had de film volgens de Volkskrant een schwung waar menig Nederlandse speelfilm een puntje aan kon zuigen en vond het NRC de film verfrissend, politiek incorrect en opvallend optimistisch. Een recensent van Het Parool dacht dat het gedurfd was dat El-Hamus zijn personages straattaal liet spreken die nauwelijks te volgen was voor iedereen boven de twintig en volgens FilmTotaal was de Nederlandse cinema zelfs een meesterwerkje rijker met dit komische portret van drie moderne titaantjes. Zelf vond ik het een vermakelijke film met goede muziek en hier en daar een grappige scène. De film past verder perfect in een rijtje met Het schnitzelparadijs (2005) en Gangsterboys (2010). In de overdreven loftuitingen herken ik mijn beleving van deze film dus niet. De opmerking van de recensent van Het Parool over straattaal is natuurlijk onzinnig: het in staat zijn te volgen van Nederlandse straattaal is niet zo strikt leeftijdsgebonden als hij suggereert.

Mijn verwachting van een interessante filmmaker is dat deze zijn eigen fascinaties verkiest boven het behagen van zijn onderwerp.

Dat laatste zal El-Hamus overigens met mij eens zijn. In de talkshow M vroeg hij zich twee jaar geleden hardop af waarom zijn film ondertiteld zou moeten worden. Hij gaf aan de relatief recente Creoolse, Turkse, Arabische, Engelse en andere invloeden in de Nederlandse taal als een vanzelfsprekende verrijking van het Nederlands te ervaren. Volgens hem waren jongeren uit de Nederlandse hiphopcultuur, waar Wahib ook deel van uitmaakt, in 2019 al veel verder in de discussie over de multiculturele samenleving dan debatterende figuren aan talkshowtafels. Hij wilde een optimistische film maken waarin deze groep jongeren een stem werd gegeven. Een film die hen serieus nam en waarin ze bovendien hun belevingswereld konden herkennen. Hij modelleerde het hoofdpersonage Bilal naar Wahib, omdat hij werd gegrepen door diens eigentijdsheid en optimistische levenshouding met uitspraken als: ‘Ook al heb je nul euro in je zak, besef dat je meer dan één miljoen waard bent’. Volgens El-Hamus kan het ‘binnenkomen in de Jimmy Woo’ gezien worden als een metafoor voor ‘gezien worden’. Daartegenover zou de afgang van het ‘aan de deur geweigerd worden’ een waardeloos gevoel veroorzaken.

Het is een nobel streven om een positieve film te maken waarin ondervertegenwoordigde groepen jongeren zich kunnen herkennen. Desalniettemin kan het dusdanig formuleren van ambities problematisch zijn. Ter illustratie: als El-Hamus ooit een positieve (of negatieve) film over mij zou maken, betekent dat hopelijk niet noodzakelijk dat ik mijzelf hierin zal herkennen. Dat hoeft voor mij ook helemaal niet. Mijn verwachting van een interessante filmmaker is dat deze zijn eigen fascinaties verkiest boven het behagen van zijn onderwerp. Volgens mij is dat ook precies wat El-Hamus gedaan zal hebben. Het zou dus eerlijker zijn wanneer hij zou onderkennen dat hij – al dan niet na zich in deze jongeren te hebben verdiept – bovenal zijn eigen ideeën over deze groep jongeren op het filmscenario heeft losgelaten. Die ideeën hebben onder meer geresulteerd in een scenario waarin tieners het droppen van EP boeiender vinden dan een geschiedenislesje over de Gouden Eeuw. Een artiest heeft sowieso een manager nodig. In tegenstelling tot de Titaantjes van Nescio vinden Bilal, Gregg en Kevin het hebben van centen niet verachtelijk. Want je mag de Jimmy Woo kennelijk enkel betreden als je een duur pak aantrekt. Of als je rapper Hef toevallig tegenkomt. En zijn teksten uit je hoofd kent.

Gelukkig voor hem zijn er zat andere discotheken, waar uiterlijk vertoon en schroom een beduidend minder grote rol spelen.

De tieners in deze komedie worden soms iets te karikaturaal opgevoerd. Dat is jammer, omdat hierdoor bijvoorbeeld een mogelijk serieuzer thema – over het niet kunnen handelen van gêne – tijdens de scènes rond Bilal’s en Greggs ontmaagding op de Wallen in grapzucht verloren gaat. In Wahibs echte libi is het bieden van geld voor gênante handelingen toevallig één van de hoogste vormen van humor. In maart dit jaar trof dit een twaalfjarige jongen, voor wie zeventienduizend euro geheel terecht een astronomische som is voor een ogenschijnlijk lullige daad. Helaas werd deze jongen de figuurlijke toegang tot de Jimmy Woo keihard ontzegd. Gelukkig voor hem zijn er zat andere discotheken, waar uiterlijk vertoon en het verbloemen van schroom een minder grote rol spelen. Waar trouwens ook betere feesten worden gegeven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s