De afterglow van een troep reptielen

Tekst /// Sofia de Valk       Beeld /// Juliette de Groot

Stuk voor stuk! Een voorstelling van zeven eenakters, geschreven door zeven verschillende gevierde Nederlandse poëzie- en romanschrijvers, ging afgelopen maand in première. De eenakters zijn vers en jong. De zeven schrijvers schreven individueel een stuk, het theatercollectief de Theatertroep reeg ze aan elkaar; volgens hun eigen stijl tot één ronde theateravond gevormd. Deze vorm van theaterbeleving is nieuw voor het hedendaagse Nederlandse theaterlandschap en brengt schrijvers en makers van vandaag samen, die spelen met vrijheden èn restricties. 

Zeven houten kisten, verschillend van vorm en formaat. Erop staan de namen van auteurs gestempeld en een titel dat naar de eenakter verwijst die de bijbehorende auteur schreef. Een eenakter is een stuk dat slechts uit één akte — gelijk aan een hoofdstuk in de romanliteratuur — bestaat. Gedurende ruim twee uur klappen de ouderwetse containers een voor een open en vallen er — soms letterlijk — eenakters uit, die worden vertolkt door zeven spelers van het theatercollectief de Theatertroep. Het deed mij denken aan reusachtige kijkdozen, met ieder een eigen verhaal. Door de energie van telkens dezelfde vertolkers, met een eigenzinnige vaudeville stijl, lijken de eenakters allen tot dezelfde wereld te behoren. Bij het dichtslaan van de ene kist, een paar roffels jazz en het openklappen van de volgende worden de metaforen doorgespeeld naar de personages van het volgende twintig minuten durende spel. De zeven onafhankelijke eenakters worden middels het klungelige, maar des te meer oprechte, spel van de Theatertroep, stuk-voor-stuk, als een eenheid de theaterzaal in geslingerd.

The afterglow

We gaan naar het huis van de Theatertroep, de Richel: het alom bekende theatercafé op de Nes.(…) Alhoewel andere studenten onder ons er wellicht vooral komen voor het (nog) betaalbare bier, het warme bruine sfeertje en de heerlijk vertrouwde locatie. Wanneer ik aankom staan de tafeltjes buiten, liggen er koude punten pizza en een paar aangepeuzelde gebakjes op een schaaltje en hoor ik ‘hoi, haai, heeei’ uit verschillende richtingen. Er is weinig enthousiasme uit op te maken, maar zodra de eerste volledige zinnen zijn uitgesproken weet ik weer dat zelfs in vermoeienis energie kan zitten. ‘Het voelt voor ons nog steeds als ochtend’, zegt Rosa Asbreuk, met een stem die een klassiek monoloog inzet. Rosa is, net als Patrick Duijtshoff (die ook aanwezig is), een van de oprichters van de Theatertroep. Het is half vijf ’s middags, maar nog geen veertien uur geleden namen we hier afscheid van elkaar. De wijn had mogen vloeien, en er was gelachen, gejuicht, want de première zat erop en de zalen mogen vanaf nu steeds een stoeltje voller. Iduna Paalman, de enige dichter van het schrijversgezelschap en Tom Hofland, scenario- en prozaschrijver, komen aanlopen en de vertrouwdheid die het gezelschap binnen een zeer korte tijd heeft opgebouwd met elkaar, is direct voelbaar. ‘What do you think of my afterglow?’ vraagt Iduna verwijzend naar haar anders dan anders, doch modieuze joggingpak. Weliswaar is er echt een gloed te zien die zij om zich heen draagt. Ze straalt, zoals ze vast vaker doet, maar nu extra sinds haar woorden als vingerpopjes met aandachtige zorg en fysieke passie het toneel werden opgedragen. 

We starten met een groot gezelschap: twee van de zeven schrijvers en vijf à zes leden van het theatercollectief de Theatertroep. De spelers van de Theatertroep staan meestal allemaal op het toneel, ieder denkt mee en gooit ballen in de lucht voor esthetische of nog betere ‘komische mislukkingen’. De troep omschrijft zichzelf als ‘collectief dat het vaudeville nieuwe leven inblaast’. Zo spelen ze theateravonden, waarin ze kortere aktes uit grote klassieke teksten achter elkaar zetten. Kenmerkend zijn hun stilistische Franse kostuums en een ruig geverfd, maar fragiel gemonteerd decor. Met het project Stuk voor stuk namen ze een nieuwe afslag.

Zoals gewoonlijk in een meerkoppig interview, vraag ik of de één de ander kan voorstellen. Wie zijn die zeven jonge ‘Troepers’, zoals men de leden van het toneelgezelschap in de volksmond noemt? Wat kenmerkt de samenstelling van karakters en de voorstellingen die ze maken? Ik kijk Iduna aan, die verrast lijkt dat de eerste vraag aan haar gericht is. ‘Ik weet niet of ik daar de uitgelezen persoon voor ben’, zegt ze. ‘Ik had nog niet veel van ze gezien voordat ik deze samenwerking met hen aanging. En daar’, voegt ze luider toe, ‘schaam ik mij een beetje voor.’ Toch is ze de samenwerking aangegaan, net als Tom Hofland, die  tot gisteravond ook nooit eerder iets van het gezelschap had gezien. Er was iets dat ze van hen wisten en dat hen aantrok. ‘Nou, gooi je poëtische vaardigheden erin Iduna!’ roept Patrick lachend. Ze zwengelt haar fijne woordenmolen aan: ‘Wat mij aansprak aan de Theatertroep was diens wildheid, de speeldrift en het losgeslagen, of nee, het “alles kunnen proberen”. Bij de Troep lijkt alles te kunnen en wat de werkwijze betreft voelde ik een soort vrije manier van theatermaken. Oh en! Dat het hele leuke mensen zijn natuurlijk.’ Iedereen lacht en haar zon-oranje gloed begint weer te groeien. Ze probeert nog: ‘Ja echt!’

Patrick vertelt graag waar het eerste idee voor dit nieuwe concept begon. Vorig jaar las hij een boekje van de toneel- en scenarioschrijver Noël Coward. ‘Hij had ooit een stuk geschreven, Night at 9.30’ ‘Huh, het was Not at 9.30 toch?’ onderbreekt Rosa. ‘Nee, Night’, zucht Patrick geïrriteerd vanwege de onderbreking. Er volgt een clowneske discussie. Of hun verwarring echt is, doet er niet toe, de hele titel eigenlijk ook niet.. In ieder geval wilde Coward in de jaren 60 een verwaterde theatervorm een nieuw leven inblazen. Die oude vorm betrof avonden waarin men heel veel verschillende (korte) stukken direct achter elkaar kon zien. ‘Dit idee paste perfect bij onze stijl’, zegt Patrick, verwijzend naar het vaudeville-genre. ‘Die bekende Theatertroep stijl – die van hun avonden met een mozaïek aan verschillende sketches – is dan ook nog heel goed terug te zien in het nieuwe stuk’, vertelt Lolita Storm. Lolita is sinds kort ook lid van De Theatergroep hield ze zich bezig met de productie en marketing van dit stuk. ‘Bij hun vaudeville-avonden spelen ze ook verschillende scènes achter elkaar die in eerste instantie los van elkaar bestaan. Wat wel nieuw is bij Stuk voor stuk, is dat het zeven nieuwe stukken zijn, die speciaal voor deze avond geschreven zijn door zeven verschillende schrijvers, waarvan sommigen nog geen ervaring hadden met het schrijven voor toneel.’

Lolita is naast een Troeper – wellicht niet geheel ontoevallig – óók dochter van redactrice Josje Kraamer, die de schrijvers heeft begeleid, en van één van de zeven schrijvers Arie Storm. Lolita lacht lief en vertrouwd tussen alle makers, maar komt vaak scherp het gesprek in vliegen om uitspraken van en óver de schrijvers en spelers in harmonie te brengen of het gesprek juist uit te dagen. Zij bevestigt hoe Josje, redacteur bij uitgeverij Querido, al sinds lange tijd de Theatertroep bezoekt en regelmatig groepjes schrijvers meesleurt. Patrick: ‘Na de voorstelling spraken we vaak met elkaar over dat we eens iets samen zouden moeten doen. Want’, verklaart hij ‘er worden nog weinig toneelteksten geschreven en om romanschrijvers iets laten schrijven voor toneel; dat is al helemaal sinds lange tijd weggevallen. Nu vielen twee plannen dus heel leuk samen.’ ‘Ja, maar ook’, wil Rosa hier niet ontkennen ‘is ons vorig jaar overkomen dat we geen meerjarige subsidie meer ontvingen. Hierdoor kwam alles ook open te liggen. We wílden ineens ook alles anders doen en niet meer vast blijven zitten aan onze eerdere plannen. We hebben toen op hele korte termijn, ik gok een maand, alles opgezet.’ Josje heeft toen vrij snel een voorstel gedaan voor zes schrijvers, waar met een kort overleg ook schrijver Don Duyns zich aan toevoegde. ‘Toen begonnen “de zeven” al vrij snel met schrijven.’ 

 Ik zit wanneer ik bezig ben namelijk echt met mezelf te gniffelen

Geen monoloog is wel gniffelen met jezelf

‘De enige regels voor het schrijven waren dat de eenakters niet langer dan twintig minuten mochten duren en minimaal twee personages bevatten, dus geen monoloog’, legt Patrick uit. Betekende dit vrijheid of juist strenge kaders voor de schrijvers? ‘Eigenlijk was het relatief gezien een absurd vrije opdracht’, stelt Patrick. ‘Normaal gesproken leg je een opdracht neer bij een schrijver, maar dit keer zouden wij uitgaan van een tekst die al voor ons ligt.’ In een toneeltekst voegt de schrijver ook regie-aanwijzingen toe, die het beeld dat de schrijver bij de dialoog heeft verduidelijken. ‘We hadden ons echt voorgenomen om het te maken zoals zij het geschreven hadden. Dus ook metde aanwijzingen die daarbij gegeven waren’, benadrukt Rosa. ‘Maar soms’, nuanceert ze, ‘en dat is ook ons werk als makers, moeten we recht doen aan wat geschreven is, maar moet het tegelijkertijd speelbaar voor ons worden en in een vorm gegoten worden waarmee wij nu eenmaal op het toneel staan.’ Patrick grinnikt en voegt toe: ‘Ja, het is wel net Toms stuk volgens mij, waarin we alles hadden omgegooid qua regieaanwijzingen.’ ‘Klopt’, lacht Tom, ‘zoals het glas gif, maar dat is ook niet zo gek. Ik sta niet op het podium, ik kan technisch gezien niet weten hoe jullie daar uiteindelijk staan en een rekwisiet doorspelen. Maar het idee blijft overeind.’ ‘En de reptielen-dans ook! Die bleef ook overeind!’ roept Patrick. 

Toch vermoed ik een groot verschil met het schrijven van een roman dat je de wereld in brengt. Zodra je een boek hebt uitgegeven, kan iedereen het lezen en zijn interpretaties erop losgooien. Hier gaat er er eerst nog iemand anders aan de haal met jouw woorden. De mogelijke interpretaties en oordelen worden nogmaals, zonder jouw toezicht, bespeeld. ‘Ja klopt, maar ik heb heel veel vertrouwen in dat zij dat goed doen’ vertelt Tom zelf verbaasd. ‘Dat is eigenlijk wel grappig, want ik had hiervoor nog nooit iets van de Theatertroep gezien.’ De andere schrijvers kende Tom wel, waardoor hij waarschijnlijk enkel iets ‘vets’ verwachtte. ‘Daarbij is een roman naar mijns inziens toch wel een ‘af’ product, en is een theatertekst meer een hoofdproduct dat je vervolgens aan andere mensen doorgeeft. Zij maken er weer iets van en laten daar andere interpretaties op los. Ikzelf zou een toneeltekst nooit kunnen neerzetten op een podium.’ Tom schrijft zelf normaliter proza en podcast- en filmscenario’s. Hij heeft een theateropleiding gedaan, maar had al snel het toneelschrijven links laten liggen. ‘Voor zowel scenario- als prozaschrijven moet je heel beeldend werken, want de verhalen moeten grotendeels in [in proza een beschreven] beeld worden verteld. In een toneeltekst’, legt Tom uit, ‘gebeurt dit meer binnen de monologen en dialogen. Juist daarom ging het schrijven voor mij dit keer ontzettend snel: het vloeide er echt uit.’ Zowel in het stuk als hier aan tafel, is te zien en te horen dat Tom het toneel heeft herontdekt. Vol enthousiasme vertelt hij wat hij er zo heerlijk aan vond. ‘Je kunt zo lekker ouwehoeren op papier. Ik kon gewoon gesprekken voeren tussen mensen onderling. Ah shit, dit klinkt nu echt heel raar hè?’ Hij lacht zichzelf toe. ‘Ik zit wanneer ik bezig ben namelijk echt met mezelf te gniffelen.’ 

Die meerstemmigheid, daar leent theater zich ineens heel goed voor uit

Voor Iduna gaf de vrije opdracht ook een nieuw soort raamwerk voor haar schrijven. Lolita had al veel van Iduna’s poëzie gelezen. ‘Haar werk is heel gevoelig en vaak persoonlijk. Het is ontzettend mooi, maar ik vermoed ook poëzie dat sommige lezers misschien een paar keer moeten overlezen. In Stuk voor stuk daarentegen’, vertelt Lolita met verwondering, ‘is Iduna’s eenakter eerder de meest duidelijke en toegankelijke van de zeven. Dat is zo interessant aan dit project. De schrijfstijl staat niet ineens haaks op dat van hun eerdere geschreven werk, maar iedereen benadert toch een ander soort thematiek.’ Iduna luisterde aandachtig en knikt. In haar eenakter Prikdienst zien we een gesprek tussen twee tienermeisjes, die met twee andere jongens moeten nablijven vanwege een voorval de dag ervoor. Terwijl ze blikjes van het schoolplein prikken, komen we erachter dat ze in een ongewilde seksuele ervaring waren beland. ‘Het zit zo’, Iduna verklaart de voorhaar doende ‘concrete thematisering’. ‘Bij het schrijven van gedichten is het altijd zo ontzettend handig dat je van alles kunt zeggen zonder het echt te hoeven zeggen. Het punt dat je maakt, staat er eigenlijk al voordat je het letterlijk maakt. Dat vond ik in het kader van het theater dan ook heel spannend. Ik had natuurlijk van alles kunnen doen met suggesties en poëtische dingen en zo, maar ik wist ook: uiteindelijk ziet men wat ze zien. Ik heb tieners altijd fantastisch geweldige mensen gevonden – Iduna is ook docente op een middelbare school – en wilde graag iets doen met een MeToo-achtige ervaring, en de vraag naar waar bepaalde grenzen liggen. Of dat grenzen alleen bestaan zodra je hen aanwijst. Op het toneel wordt zo iets pas echt concreet.’ Daarentegen speelt ook bij toneel het gegeven dat we niet het ‘gebeurde’ willen zien. ‘In mijn akte zijn dus twee meisjes lastig gevallen, maar dat gaan we niet zien. Het is juist interessant hoe er achteraf over wordt gepraat. De verschillen tussen ervaringen van jongens en meisjes, en de volwassenen die er weer anders over praten dan kinderen. Die meerstemmigheid, daar leent theater zich ineens heel goed voor.’ Het was de spanningsboog, de dramaturgische lijn waar Iduna als enige echt tegenop zag. ‘Dat is ook precies waarom ik geen romanschrijver ben. Zo’n plot’, ze bouwt iets met haar handen in de lucht, ‘ik snap gewoon niet hoe dat werkt.’ Aan de andere kant, haalde het schrijven van toneel juist die druk weg. Het is niet één iemands verantwoordelijkheid, de stof gaat door meerdere handen. ‘Daarom ben ik ook zo lááiend enthousiast als het gaat over dit soort samenwerkingen’, zegt Iduna.

Op het woord, op de lach

TONIGHT AT 8.30!’ roept Rosa: zo heette het boekje van Coward, dat ze eindelijk op Google vindt. ‘Ja precies’, knikt Patrick, alsof het hem niets doet. ‘Ach, we hadden allebei ongelijk.’ De hele Troep heeft een duidelijke visie en streven binnen de kunsten, maar het is duidelijk dat Rosa en Patrick deze het liefst verwoorden. De stoelen naast mij, waar aan het begin nog drie andere spelers zaten, zijn nu leeg. In de loop van het afgelopen uur excuseerde zij zich: ze wilde zich liever voorbereiden voor de avond.

Stuk voor stuk is een voorstelling voortgekomen uit vernieuwende werkwijzen. Is het een experiment dat voor herhaling vatbaar is, of was het een oprisping van verschillende noodzakelijkheden binnen de culturele sector? Rosa legt uit: ‘Ja, een “experiment” klinkt nogal als “oh we zien wel”. Vorig jaar met alle omstandigheden van dien, werkten we misschien met een experimenteel idee. Maar het is wel een feit dat er heel weinig nieuwe toneelteksten worden geschreven, als het al gebeurt is dat slechts voor de grote zalen en commercie. In die zin bestond er ook de noodzaak, waarbij we, heel plat gezegd, werkverschaffing zochten. Maar in dit geval wel inspirerend bedoeld.’ Qua samenwerking is het proces volgens al de aanwezige schrijvers en spelers heel goed bevallen. ‘Ik denk dat het heel waardevol is dat we dit zijn aangegaan’, bevestigt Rosa. 

In alle zeven eenakters is, ondanks de uiteenlopende thema’s die helemaal individueel zijn ontstaan, een verband te voelen. Bij hun vaudeville-avonden had de Theatertroep al opgemerkt dat meerdere korte stukken op één avond, met verschillende soorten impressies, heel goed werkt. ‘Inhoudelijk heeft iedereen echt voor zichzelf geschreven, af en toe zitten er hier en daar wat grapjes en verwijzingen naar elkaar in, die ze na de eerste lezing hebben toegevoegd’, verduidelijkt Rosa. De schrijvers en spelers hebben de eerste paar lezingen gezamenlijk gedaan. ‘Ik was bij die eerste lezing echt doodzenuwachtig’, geeft Tom, ondanks zijn schrijfgemak toe. ‘Ik dacht echt: jezus, straks gaan ze allerlei kritische vragen stellen over waarom ik bepaalde keuzes heb gemaakt, ik had daar helemaal geen antwoorden op’. Een van de kenmerken van de Theatertroep is echter dat ze enorm graag op de lach spelen. Al bij de eerste lezing zette ze hun komische intonaties in: bij Tom’s akte leek dat direct te kloppen. ‘Maar daar hebben we in dat geval later nog wel last van gehad.’ zegt Rosa. In Toms eenakters neemt een personage een Russisch accent aan. ‘Bij de eerste lezingen deden we soms gewoon een uur over die akte, omdat we cònstant in een deuk lagen, doordat Kyrian de hele tijd dat suffe Russische accent opzette.’

Of het nu dooien of reptielen zijn

Na de eerste lezingen hebben de Troepers enkele keren met alle schrijvers samen gelezen en vragen besproken die ze hadden opgesteld. ‘Daarnaast spraken we wel af dat wanneer ze het zouden inleveren, het ook van ons was. Als we dingen tekstueel zouden willen veranderen, zouden we dat altijd vragen, maar we zouden niet meer over alles in samenwerking gaan’, legt Rosa uit. Met het idee dat men Shakespeare ieder moment her en der citeert, klinkt dat niet gek. Anderzijds is het in zijn geval ook moeilijk hem nog even te vragen wat hij precies bedoelde. ‘Nou’, zegt Patrick stellig, ‘in principe moet je wel altijd overleggen hoor. Dat is wel echt wat je doet als een schrijver nog leeft. Als ie dood is dan wordt dat iets moeilijker ja. Maar zelfs dan neemt de familie dat soms over.’ ‘Oh ja zoals bij teksten van Beckett’, herinner ik mij trots. ‘Nou precies, of bij Annie M.G. Schmidt’, zegt Rosa. ‘Maar dat vind ik ook wel zo netjes’, gaat ze verder. ‘Je moet wel echt recht doen aan wat er is geschreven. Ook als ze dood zijn. Ik zal geen rugnummers noemen, maar stel je wilt een tekst van Molière naar deze tijd halen en dat fuseren met een enorm bankencrisisverhaal. Ja, dat kan. Mensen “kunnen” dat willen. Maar ik denk dan echt “why”, waarom zou je dat willen? Als je Molière wilt spelen, speel dan ook Molière! Natuurlijk doe je dat altijd op een bepaalde eigen manier, maar ik vind dat soort kunstgrepen, ook voor wat dooie schrijvers betreft, echt…’ Ze draait haar hoofd als teken van schande weg.

De actualiteit of moderniteit van de schrijver hoeft niet per se af te lezen te zijn uit een tekst. Als voorbeeld wordt de tekst De meeuw van Tsjechov gegeven, dat nog vaak genoeg opnieuw geënsceneerd wordt. ‘Als men die tekst echter naar het heden wilt brengen, moet het gegeven dat je denkt dat die tekst vandaag relevant kan zijn, al genoeg zijn’, stelt Rosa. Wanneer men iets naar de actualiteit wil halen, maar daarbij ook iets totaal anders ervan maakt, haalt men vaak ook de esthetiek van de tekst weg. ‘Sterker nog, ik denk dat wanneer je een stuk zodanig gaat actualiseren en eigenlijk iets van een ander herschrijft, je zowel de schrijver als het publiek niet serieus neemt’, gaat Rosa door. Door iets van toen nú te spelen, daarmee heb je het stuk al naar de actualiteit gehaald? ‘Ja.’ Stilte. ‘Ja, precies.’

We zouden eerder willen zeggen: We hebben er gewoon een familie bij

Volgens Lolita, die alle schrijvers en diens werks al kende, verschilde het enorm per persoon of ze het spannend vonden om hun tekst uit handen te geven. ‘Ik weet toevallig dat Arie – befaamd romanschrijver – een schrijfstijl kent met een zekere “zo zit het”. Wanneer iemand daar plots een ander woord aan zou geven, zou hij het niet vinden kloppen. Andere schrijvers zeiden het juist ontzettend leuk te vinden als mensen iets met hun tekst gingen doen.’ Iduna herkent dat laatste: ‘Ik merkte dat ik het het allergrootste compliment vind als andere mensen, met hún tijd en hún geld en hún ideeën, iets gaan doen met wat ík heb bedacht’, zegt ze. ‘Het is zo bijzonder om zo serieus genomen te worden.’ Tom beaamt dat: ‘Het is leuk om te zien dat zij echt plezier hebben aan iets wat jij hebt gemaakt.’ ‘Ja’, benadrukt Iduna nogmaals, ‘dat ze er überhaupt echt iets mee kunnen!’ ‘Ik ben daarbij bijvoorbeeld ook zo blij dat jullie’, Tom kijkt naar Rosa en Patrick, ‘die ruimte voelden om wijzigingen aan te brengen. We hebben het zo samen echt tot iets beters gemaakt.’ de Theatertroep verandert dan ook nooit iets omdat ze het ‘beter’ denken te weten. Daarover zegt Rosa: ‘We zijn vooral bezig om de beste versie van die eenakter te maken. Daar nemen zij hun, en wij onze, ervaringen en kijkkaders in mee.’

Zo is in Stuk voor stuk deels de stijl van de Theatertroep te zien: de clowneske lach, het vaudevilleritme, en hun spel en decor die zich beide door een ‘onbewerkt houterig’ en uit ‘elkaar vallend classicisme’ karakteriseren. Daarnaast worden de woorden van zeven romanschrijvers en dichters voor het eerst met de tongen van theatrale ‘reptielen’ bespeeld. Met nooit eerder gebruikte rekwisieten, een bredere enscenering en een meer specifieke en concrete situatie dan de Theatertroep vertrouwd was. Ik mag de zeven schrijvers niet als nieuw deel van het collectief zien, want op artistiek vlak doet ieder zijn eigen ding. ‘We zouden eerder willen zeggen: we hebben er gewoon een familie bij.’ Daarom eindig ik graag met de laatste zin van de laatste regie-aanwijzingen uit de laatste eenakter van de zeven: Dan is het afgelopen, en iedereen voelt zich een beetje verdwaasd en weemoedig door deze Reptiel Ex Machina.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s